Skip to content

“En wij leefden nog wel in de hoop …”

door Paul De Bois, karmeliet
“En wij leefden nog wel in de hoop …”

Ik ken Leo De Bock al een paar jaar. Een man die ik waardeer. Een graag geziene gast tijdens de jaarlijkse driedaagse georganiseerd door URV, de Unie van Religieuzen in Vlaanderen. Het staat boven alle twijfel dat hij ‘een warm hart heeft voor de religieuzen’. Misschien juist daarom dat hij, de laatste weken, in de media telkens weer schrijft over het “zwijgen van religieuzen”. Nu ook in de krant ‘De Morgen’. Ik heb zijn opiniestuk gelezen. Grondig gelezen. 

Ik voel me al enkele dagen ongemakkelijk. Ik moest op Palmzondag denken aan de Encycliek van Pius XI uit 1937: “Mit brennender Sorge”. De tekst moest in alle katholieke kerken van dat jaar op Palmzondag voorgelezen worden. De paus veroordeelt in de tekst scherp het nationaal socialisme. Het is een scherpe kritiek op de racistische en totalitaire ideologie van het Nationalsozialismus. 

De snelheid waarmee vandaag het nieuws op ons toe komt is ongelooflijk. Iedereen weet ondertussen ook dat je het waarheidsgehalte ervan moet nagaan. Helaas, even snel geraken nieuwitems terug onder de radar. 

Berichten over de oorlog in Oekraïene, Gaza, Soedan, Libanon, Iran … het hele Midden-Oosten. Burgeroorlogen die in Afrika worden uitgevochten. Raken we gewend aan de beelden? De verontwaardiging ebt toch een beetje weg. We sussen ons met de gedachte: “We kunnen er nauwelijks iets aan verhelpen”. Politieke leiders die niets of niemand ontzien blijven stevig in het zadel zitten … er komen massale protesten tegen hun beleid (denk aan een paar jaar geleden Wit-Rusland, of hoe weekends na elkaar in Israël honderdduizenden mensen hun ongenoegen hebben geuit. 

Soms heeft iemand de moed om persoonlijk te reageren. Ik denk aan Aleksej Navalny  of de Iraanse nobelprijswinnaar Narges Mohammadi. Er zijn er echt nog heel wat anderen. Moedige mensen die niet terugschrikken voor de consequenties. 

Ik behoor zelf tot een religieuze Orde waar inzet en inkeer samen gaan; actie en contemplatie. Natuurlijk is mijn gebed anders geworden. Beelden van wanhopige mensen kan ik niet zo maar even van mij weg zetten. Kijk die mensen in de ogen, zie hun wanhoop. Ik bid voor hen, elke dag. Maar dwars daar doorheen is er ook die vraag: “Wat kan ik voor deze mensen doen?” Op het eerste gezicht niet veel. Ook een uitvlucht? 

Religieuzen moeten eigenlijk in de profetische lijn binnen de Kerk staan. Ik zocht opnieuw het interview op met professor Kristof Struys in ‘Tertio’ (4.05.2022). Daarin zegt hij het volgende: “Een profeet in de Bijbelse zin van het woord is niet iemand die de toekomst voorzegt, maar die vanuit een innige verbondenheid met God spreekt over het visioen van God voor de wereld en die dat visioen voorhoudt als spiegel. Dat confronteert en irriteert, en tegelijk appelleert het tot bekering om praktijken van onrechtvaardigheid, onmenselijkheid en onvrijheid achterwege te laten en te bouwen aan een humanere samenleving”. Profeten brengen dus niet altijd een geruststellende boodschap. 

In zijn boek “Heilige onrust” (Utrecht, Ten Have, 2017) beschrijft Frits de Lange geloof als ‘iets [dat] maakt dat we de ene voet voor de andere willen blijven zetten’. Toen ik die zin, jaren terug, las vond ik dat een schitterende idee. 

Ook Teresa de Jésus, hervormer van de Karmelorde, schreef: “Het is tijd om op weg te gaan”. Haar woorden willen bemoedigen om de weg van het leven te volgen en tot actie over te gaan. Teresa is een van de grootste mystici en heiligen. Ze heeft haar hele leven gegeven aan gebed, liefde en het ondersteunen van anderen. Ik heb dus geen excuses meer om niet de ene voet voor de andere te zetten. Geen enkel excuus om te zwijgen. 

Ik hoor mensen wel eens zeggen: “We leven toch in een rare tijd.” Inderdaad in die zin dat alles wat we vanzelfsprekend hebben gevonden dat plots niet meer is. Een aantal politieke machthebbers doen maar op. Ze zetten de hele wereldorde op zijn kop; vinden zichzelf super belangrijk. De superlatieven om dat duidelijk te maken: great, greater, greatst  zijn nog niet genoeg. … Dus laat je artificiële intelligentie je omtoveren tot Jezus Christus en plaatst dat op je sociale media.  Hoe oorverdovend kan iemands narcisme zijn? 

Wie daar kanttekeningen bij plaatst, zoals paus Leo XIV doet, wordt onmiddellijk doelwit van verbale aanvallen. Politici vallen bijna over elkaar om duidelijk te maken wat de paus wel en niet mag zeggen. Ja, zijn rustig opkomen voor vrede in onze wereld, zijn duidelijke visie op oorlog en geweld, zijn oproep om weer met elkaar te spreken … het confronteert, irriteert en daagt uit. De uitdaging tot bekering. 

Paus Franciscus heeft ons voortdurend opgeroepen opdat we als Kerk niet zouden terugplooien op onszelf.

Ik heb even mijn nota’s van een conferentie over het conciliedocument “Gaudium et Spes” er bij genomen. De woorden waarmee het document begint blijven inspireren én uitnodigen: “ Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben, zijn evenzeer de vreugde en hoop, het verdriet en de angst van de leerlingen van Christus: er is werkelijk niets bij de mensen te vinden dat geen weerklank vindt in hun hart. Daarom voelt de Kerk zich werkelijk intiem verbonden met de mensheid en haar geschiedenis”. 

Religieuzen zijn met vele anderen ‘leerlingen van Christus’. Het tijdsgebeuren vindt wel degelijk weerklank in mijn hart en dus: nee tegen oorlog, geweld, verdrukking, mensen klein houden enzoverder. 

Tot slot: paus Leo XIV had deze week in Afrika een ontmoeting met een afvaardiging van Hogere Oversten van religieuze Orden en Congregaties. Hij besloot de uitwisseling van gedachten met deze woorden: “… dat het gewijd leven moed en soms radicalisering vergt om het Evangelie te verkondigen, vooral voor de meest kwetsbare mensen”. Daar is voor paus Leo XIV het verkondigen van de vrede en een rechtvaardige wereld onlosmakelijk mee verbonden. “Overheden zijn er niet om te domineren, maar om het volk te dienen en hun ontwikkeling te bevorderen”.

Het verhaal van die twee mannen teleurgesteld op weg van Jeruzalem naar Emmaüs. “ze leefden nog wel in de hoop…” Maar hun hoop is de kop ingeslagen. Dan komt een man die ze niet kennen met hun meelopen. Langzaam gaat het vuur in hun hart weer branden. Ze gaan samen aan tafel … en dan, bij het breken van het brood … herkennen ze Hem. Meteen is Hij ook verdwenen. Maar de twee weten wat ze moeten doen. Terug naar Jeruzalem en vertellen van hun ontmoeting. Jezus boodschap vertellen aan alle mensen van goede wil. 

Ook wij, ook religieuzen moeten vertellen van de vriendschap met Jezus Christus. Ook religieuzen moeten zijn boodschap brengen in de samenleving van vandaag. “Wat je aan de minste van de mensen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan”. Jezus kan het ons niet duidelijker zeggen. 

Paul De Bois, karmeliet

Lees meer artikels.