Skip to content
Homilie

Homilie Pater Lukas Martens 6 september 2026 : 23ste zondag door het Jaar

We mogen geloven dat de Heer hier in ons midden is.

Homilie Pater Lukas Martens 6 september 2026 : 23ste zondag door het Jaar

Hoe de wereld veranderen? 

Laat mij beginnen met het gegeven dat wij leven in een tijd waar oorlogen escaleren en waar het slecht gaat met de natuur. We kijken toe en stellen ons de vraag: wat kunnen wij daaraan doen? Het antwoord op die vraag is niet zo duidelijk, maar we kennen wel de spreuk: wil je de wereld veranderen, begin dan bij jezelf. En ook de lezingen van vandaag zetten ons aan het werk om iets te doen: ons verantwoordelijk weten voor de ander, ons het lot van de ander aantrekken, niet zwijgen als we met onze stem iemand kan helpen, als we zien dat iemand in zijn ongeluk loopt, hem trachten tegen te houden. En tenslotte: bid voor de ander, bid eensgezind met elkaar. Dit programma bekijken wij even vanuit de lezingen van vandaag.  

Ezechiël 

God roept de profeet Ezechiël op om wachter te zijn: iemand die op uitkijk staat bovenop de stadsmuur om direct op de hoorn te blazen van zodra er zich een vijand aanmeldt in de verte. Hij is als een herder die voortdurend rondkijkt om te zien of er een wolf aankomt die de kudde kwaad zou kunnen doen. Hoeder van je broeder en zuster zijn, is een grote opdracht. Attent zijn voor iets dat de ander kwaad kan doen en de ander daarvoor waarschuwen. Dat mogen we echte liefde noemen, het eerlijk bekommerd zijn om het geluk van de ander. Ouders doen dit spontaan, denk ik. Mensen met verantwoordelijkheden in een gemeenschap zouden dit ook moeten doen. En misschien is deze vorm van liefde ook de moeilijkste: het terechtwijzen van de ander. Dit kan alleen maar op een goede manier gebeuren als we het geluk van de ander beogen, hem willen behoeden voor kwaad en erger. 

Psalm 95 

We hebben psalm 95 gehoord. Met deze psalm begint elke dat het getijdengebed: luistert heden naar Gods stem, wees niet halsstarrig. Ja, het volk in de woestijn is halsstarrig geweest. Ze hebben de wondere daden van de Heer gezien bij de uittocht uit Egypte, maar toch vragen ze zich af: is de Heer nu met ons of niet? Heeft Hij nu nog altijd ons geluk voor ogen of laat Hij ons gewoon over aan ons lot, laat Hij ons zomaar in het ongeluk lopen? God vraagt ons vertrouwen. En vertrouwen vraagt dat we blijven luisteren en blijven gehoorzamen. Dit is het eerste gebod van Israël: Hoor, Israël, gij zult de Heer uw God beminnen. En vertrouwen steunt altijd op een ervaring. Als wij hier samen zijn, dan komt dat omdat ieder van ons iets heeft ervaren dat de moeite waard is om ons verdere leven richting te geven. Maar dat vertrouwen vraagt dus om elke dag opnieuw te kiezen voor de Heer, elke dag weer te luisteren naar zijn stem. Daartoe willen wij elkaar aansporen. Naar wie zouden wij gaan, uw woorden, Heer, zijn woorden van eeuwig leven. 

Liefde voor de naaste 

En wat het fundament van ons vertrouwen is, heeft Paulus uitgeschreven in de eerste hoofdstukken van zijn Romeinenbrief. Vanaf hoofdstuk 12 in die brief toont hij aan hoe wij als christen kunnen leven in een niet-christelijke wereld. Wijd uzelf aan God toe als een geestelijke offerande, zo hoorden wij vorige week. Nu legt Paulus uit dat alles neerkomt op de liefde voor de naaste. De wet onderhouden is veel meer dan geen kwaad doen, het is daadwerkelijk de naaste beminnen. 

Onder vier ogen 

En tenslotte het evangelie: ook Jezus heeft het over de terechtwijzing van een broeder of zuster en daarvoor geeft Hij verschillende stappen aan. Eerst komt altijd het met de ander spreken onder vier ogen. Met elkaar spreken over iemand anders gaat vanzelf, roddelen over iemand kost ons geen moeite, maar een eerlijk gesprek hebben met de persoon zelf, dat vraagt veel moed. ‘Als hij niet wil luisteren…’ zo luidt het refrein bij de volgende stappen. Uiteindelijk moeten we die persoon beschouwen als een heiden of een tollenaar. Mattheus zelf was een tollenaar. Iemand zó beschouwen betekent helemaal niet dat we met die persoon breken of hem de deur wijzen. Nee, het gaat om het respect voor zijn vrije keuze in de hoop dat hij toch nog tot inzicht komt of als een verdwaald schaapje door de herder teruggebracht wordt. En belangrijk blijft de oproep om voor die persoon te blijven bidden. Daarom beëindigt Jezus dit stukje over de broederlijke terechtwijzing met de aansporing tot gebed. 

Ze zullen het verkrijgen van mijn Vader 

Om te besluiten laat ik deze woorden van Jezus nog eens horen: waar twee van u eensgezind op aarde iets vragen, het moge zijn wat het wil, zullen ze het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar twee of drie verenigd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden. We mogen geloven dat de Heer hier in ons midden is. Laten wij dan met vertrouwen bidden, en zo ons steentje bijdragen aan het stoppen van geweld, dichtbij en veraf en ik denk dat ook het behoud van ons gemeenschappelijk huis daar baat bij zal vinden.