
Homilie Pater Paul De Bois 26 juli 2026 : 17de zondag door het Jaar
Het rijk der hemelen is onze ontmoeting met Jezus en met zijn woord.
+
Vorige week kregen we van Jezus drie parabels over het Rijk der hemelen, vandaag voegt Hij er drie aan toe: de parabel van de verborgen schat, van de mooie parel en van het sleepnet.
Jezus vertelt over “het Rijk der hemelen” en niet van “Rijk Gods”. Mattheus was meer dan waarschijnlijk een joodse schriftgeleerde die zich tot het christendom bekeerd had, maar die toch vasthield aan bepaalde joodse tradities. Eén van die tradities is dat de naam van God uit eerbied niet wordt uitgesproken. Wat de andere evangelisten het Rijk Gods noemen, noemt Mattheus daarom het Rijk der hemelen. Merkwaardig is dat de drie parabels inhoudelijk erg van elkaar verschillen. In de eerste parabel zoekt de man helemaal niet naar een verborgen schat, maar vindt hij hem per toeval. In de tweede is de koopman wél echt op zoek naar mooie parels, en in de derde moeten de vissers na de visvangst de slechte van de goede vissen scheiden.
In de parabellezing spreekt Jezus aan de hand van gelijkenissen over het belang en de betekenis van het rijk der hemelen. Het rijk der hemelen is onze ontmoeting met Jezus en met zijn woord. Als goede verteller knoopt Jezus aan bij het dagelijkse leven. Daarbij is het zijn wens en deze van de evangelist Mattheus dat wat zij vertellen in het leven van elke dag wordt beleefd. Het rijk der hemelen is niet iets wat zich in eerste instantie zal voordoen na dit leven. Neen, het gaat er om hier en nu echt leven te vinden en de grootste schat die er is te zoeken en te aanvaarden.
Jezus geeft hiermee aan dat het Rijk der hemelen de waarde heeft van een schat, zelfs van grotere waarde is. Wat is waardevol en wat is het meest waardevolle? Is het macht, is het rijkdom of is het wijsheid? De vrome Jood kende spreuken, die vooral de wijsheid aanprijzen. “Heb oor voor Gods wijsheid. Zoek ernaar als was het zilver. Speur ernaar als naar een verborgen schat” (Spr. 2,1-5). “Het begin van wijsheid is, dat je wijsheid zoekt” (Spr. 4,7). Salomo ontving een geest vol wijsheid en begrip. Hij had tot de Heer gebeden en gevraagd: “Schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad” (1 Kon. 3,9). Volgens Jezus is het koninkrijk der hemelen een schat die ons geschonken wordt en waarvoor wij ons toch moeten inzetten.
De parabels duiden aan dat het niet zo vanzelfsprekend is om de schat te bereiken. Het houdt risico’s in, het vraagt offers en de moed om veel prijs te geven. Jezus zegt dat wij er alles zouden moeten voor over hebben om erbij te zijn. Om de schat te vinden, moeten we willen zoeken. “Het is nodig dat ons hart brandt van verlangen om het kostbare goed te bereiken, dat het Rijk Gods is en dat aanwezig is in de persoon van Jezus. Hij is de verborgen schat, hij is de kostbare parel. Deze ontdekking geeft een andere wending aan ons leven doordat het ons zin geeft” (Paus Franciscus bij het Angelus, 30 juli 2017).
Het vinden van de schat, de ontmoeting met Jezus geeft een grote vreugde. Paus Franciscus schreef bij het begin van zijn pontificaat de brief: De vreugde van het evangelie, Evangelii gaudium. Deze brief begint met volgende zin: “De vreugde van het Evangelie vult het hart en het hele leven van allen die Jezus ontmoeten. Allen die zich door hem laten redden, worden bevrijd van zonde, droefheid innerlijke leegte en eenzaamheid Met Jezus Christus wordt vreugde geboren en steeds opnieuw geboren.”
Toch gaat het deze dagen wat moeizaam om deze vreugde te ontdekken. In het sleepnet zitten allerhande vissen en hoe kunnen wij bepalen wie de goede zijn en de slechte. We leven met de mengeling van goed en kwaad.
Jezus laatste gelijkenis in de parabelrede komt uit het vissersleven. Het lukt de vissers niet altijd om met een vol sleepnet aan wal te komen. Soms waren er nachten waarin ze niets gevangen hadden. Wanneer ze na een geslaagde visvangst aan wal kwamen, gingen ze aan het werk om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen. De slechte vissen werden weggeworpen, terug in de zee of bij de afval. Wat de vissers doen is de goede vissen van de slechte scheiden.
Dit laatste parabeltje hoort bij het evangelie van de zeventiende zondag, maar de opstellers van het lectionarium laten toe dat dit zevende parabeltje en het slot van de parabelrede niet gelezen worden. Komt het omwille van de conclusie die Jezus eraan vastknoopt? De formulering is in ieder geval minder fraai door te spreken over de vuuroven, over geween en tandengeknars.
Er is een spanning. Jezus had al het beeld van de oogst voor ogen, wanneer hij zijn leerlingen uitzond. Hij hernam het bij de parabel van het onkruid tussen de tarwe. Het keert terug in de gelijkenis van het sleepnet, waarin een schifting komt en een scheiding zich voltrekt tussen de rechtvaardigen en zij die ongerechtigheid bedrijven.
We kunnen wel zingen en hopen dat wij allen in de hemel zullen komen, maar we aanvaarden dat we geconfronteerd worden met lukken en falen. Bij het laatste Oordeel wijst Jezus hen af die hem niet herkend hebben in de armen, de zieken, de gevangenen, de vreemdelingen. De ontmoeting met Jezus is een ontmoeting met een herder en tevens met een rechter. Het is één van de grote vragen uit het evangelie. “Hoe is de Herder in zijn erbarming te denken in samenhang met de rechterlijke opdracht van de Mensenzoon. Wij lossen deze vraag zeker niet op door voor ons zelf en over anderen rechter te willen zijn. Daarom zingt een kerklied: “God, Gij hebt het eerste woord en het laatste woord erbarm U over ons.”
o.a.m.d.g.
Lees meer artikels.

