
Homilie Pater Roeland Van Meerssche 17 mei 2026 : 7de Paaszondag
Hij bidt dat we één mogen zijn, dat we bewaard blijven, dat we de waarheid mogen kennen.
Broeders en zusters,
We bevinden ons vandaag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus is niet langer zichtbaar aanwezig en de H. Geest is nog niet in volle kracht neergedaald. Het is een tijd van wachten. Dat hoorden we in de eerste lezing. Maar het is geen leeg wachten, het is een wachten in gebed. “Ze bleven allen eensgezind volharden in gebed, samen met Maria”.
Ook in het evangelie staat bidden centraal. En hier gaat het niet om een gezamenlijk gebed, maar om een gebed van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal. Het is een heel persoonlijk gebed. Jezus weet wat Hem te wachten staat en toch bid Hij niet voor zichzelf, maar voor zijn leerlingen. Hij bidt dat ze één mogen zijn, dat ze bewaard blijven, dat ze de waarheid mogen kennen. Het is een intiem gebed. Jezus opent zijn hart voor de Vader en tegelijk vertrouwt Hij zijn leerlingen toe aan de Vader.
Het is een gebed van grote betekenis. Jezus zegt in dat gebed tot zijn Vader: ‘Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl ik naar U toe kom’. Hij gaat weg, wij blijven achter en het heeft wellicht vragen opgeroepen bij de leerlingen: ‘Hoe kan Hij ons nu in de steek laten?’ Na zijn hemelvaart weten zij dan ook niets anders te doen dan naar Jeruzalem terugkeren, er een zaaltje huren en bij elkaar blijven: ‘de apostelen, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broers’. Het is als het ware een groepsfoto van de allereerste parochiegemeenschap die wel eensgezind volhardt in het gebed.
Ze zitten bij elkaar. Ze prediken nog niet; ze brengen nog geen genezingen tot stand. Er gaat eigenlijk nog niets van hen uit.
Maar vandaag wordt ons de binnenkant van de Kerk gepresenteerd: het samen bidden en wachten op de Geest. Kerk-zijn betekent: je handen uit de mouwen steken. Maar Kerk-zijn is even goed: de handen vouwen voor een gebed. Als christenen moeten we getuigen en verkondigen, maar ook ons bezinnen en vieren.
Van die eerste gemeenschap wordt gezegd: ‘ze bleven eensgezind volharden in gebed’. Misschien herinnerden ze zich de woorden die Jezus gesproken had tijdens het laatste avondmaal. In dat gebed sprak Jezus over de eenheid die er bestaat tussen Hem en de Vader, een eenheid in liefde. ‘Al het mijne is het uwe, en het uwe is het mijne’. Die liefde heeft Jezus zelf beleefd en voorgeleefd. Dat is de ware betekenis van zijn leven, die eenheid in liefde, het diepe besef van gewild en bemind te zijn door de Vader.
Dat is het eerste dat Hij ons als blijde boodschap wil meegeven: dat iedere mens, zoals hij is, door God wordt bemind. En dat die mens zijn hoogste bestemming vindt als hij die liefde van God herkent en beantwoordt.
Die liefde tot God zal zich vanzelf uiten door de mensen lief te hebben. Een liefde die zich zal uiten in concrete daden. Dat geldt voor elke gelovige individueel, in zijn eigen omgeving, maar het geldt evenzeer voor de Kerk als geheel.
We weten dat allemaal heel goed. Maar soms beginnen we wel eens aan de verkeerde kant, aan de kant van het doen. We vergeten de start te maken, vanuit de ‘bovenzaal’, de plaats waar wordt gebeden. Daar groeit het besef dat we onze mede-mens pas kunnen liefhebben als we in ons eigen hart beseffen dat God ons liefheeft, dat Hij van ons houdt zoals we zijn, dat we zelf bemind zijn door Hem.
Die zekerheid, dat geloof in de liefde van God voor ons, ieder persoonlijk, mogen we telkens weer vieren als we hier samenkomen in deze kerk. Het is goed dat we samen bidden om de Geest. In het besef dat we door de Vader ten diepste worden bemind, zullen we door de Geest worden aangezet buiten de muren van de kerk te getuigen van die liefde, in woorden en daden.
Het laatste zinnetje van dit evangelie is a.h.w. de samenvatting van Jezus’ testament. ‘Heilige Vader, bewaar in uw naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals wij’. Het is de “laatste wil” van Jezus. Een echte christen doet alles om dat zielsverlangen van Jezus te beantwoorden. Eén zijn betekent: zozeer met mekaar rekening houden en mekaar aanvaarden dat Jezus verder kan leven onder ons door zijn Geest van liefde.
Die eenheid is meer dan goede verstandhouding. Het is een verbondenheid die leven schenkt. Die eenheid is geen mensenwerk. Daarom zal de Heer ons zijn Geest schenken. In die tussentijd bidden wij eensgezind met Maria in ons midden.
Amen
Lees meer artikels.

