Skip to content
Homilie

Homilie Pater Paul De Bois 3 mei 2026 : 5de Paaszondag

“Ik ben de weg”. Op weg zijn is een weerkerend thema in de Schrift. 

Homilie Pater Paul De Bois 3 mei 2026 : 5de Paaszondag

In het Evangelie van deze zondag horen we Jezus zeggen: “Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend”. En het antwoord van Thomas daarop: ““Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?”  
Daarop reageert Jezus kort en krachtig:  “Ik ben de weg”. 
Ik moet dan denken aan een liedje dat we vroeger o.a. zongen in school- en zondagsvieringen: “Wij zijn samen onderweg. Alleluia. Samen met de Heer op weg. Alleluia”. 
Op weg zijn is een weerkerend thema in de Schrift. 

Jezus riep zijn leerlingen ‘terwijl Hij onderweg was’. De eerste leerlingen hadden de bijnaam ‘mensen van de weg’. Dat is kenmerkend. 

Als je het evangelie leest, krijg je de indruk dat Jezus eigenlijk nooit thuis was. Hij was altijd onderweg, onderweg werd Hij geboren, als kind is Hij als vluchteling onderweg, onderweg koos Hij zijn leerlingen uit, langs de weg werd Hij gekruisigd en langs de weg stond zijn graf. 

Tijdens het laatste Avondmaal benadrukt Jezus het nog eens: “Gij weet waar ik heenga en ook de weg is u bekend”, zegt Hij. Thomas verwoordt wat de leerlingen denken: ze begrijpen het niet. 

Het is wat vreemd dat zijn leerlingen de weg nog niet kenden. Zij zijn Jezus gevolgd, zij hadden alles achtergelaten om met Hem op weg te gaan, zij hadden met Hem het hele land afgereisd.  Wanneer heel wat mensen Jezus de rug toekeerden en Jezus hun de vraag stelde: “Wilt ook gij soms weggaan?” kozen ze ervoor om samen met Hem verder te gaan. 

Maar onderweg naar Golgota is er geen sprake meer van de leerlingen. Niet een van de leerlingen helpt Jezus, nee, ze moeten Simon van Cyrene vragen om Jezus’ kruis te helpen dragen. De leerlingen dachten aan een heel andere weg: de weg van het wegwerken van de Romeinse bezetter. Ze konden de weg van het kruis niet plaatsen. 

Precies daarom spreekt Jezus bij zijn naderende gevangenneming zo duidelijk over de weg naar de Vader. ‘Ik ga heen om u een plaats te bereiden’. Jezus wil hun duidelijk maken dat de weg naar Golgota  geen doodlopende weg is, vanaf het kruis gaat de weg verder naar het huis van zijn Vader. 

We moeten ons dus niet al te druk maken. Er is eigenlijk voor christenen maar één weg te gaan: de weg naar God, onze Vader. Wanneer we ons daarbij altijd weer opnieuw oriënteren op Jezus, “de weg”, dan komen we er wel. Dan moeten we onderweg niet bang zijn. 

Toch hebben we dikwijls het gevoel dat God zover weg is en vinden we dat van de komst van zijn koninkrijk bitter weinig te merken is. Een aantal mensen gaan hun gang alsof er geen God is. De goeden krijgen klappen en de slechten gaan vrijuit. Wij hebben vaak het gevoel dat God ons verlaten heeft. 

Het evangelie van vandaag zegt ons: jullie kunnen volhouden, als jullie samen de weg van Jezus willen bewandelen, als je samen Kerk wilt zijn. Dan is de Heer bij ons en blijft Hij bij ons. 

“In het huis van de Vader is ruimte voor velen”. Maar het lijkt wel of er in die grote woning van God hier op deze aarde niet voor iedereen ruimte is. Mensen vechten met hun ellenbogen om de ruimte voor zichzelf. 

Je ziet dat gebeuren in de politiek, in de sport en overal. Mensen worden weggeduwd, van hun plaats gestoten en anderen willen die plek weer innemen. Zo gaat het in de wereld. En nu zegt Jezus: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.” Het gaat hier in eerste instantie over de laatste inperking van het leven, die de dood is. Jezus geeft de belofte van veel meer ruimte dan wij kennen tussen geboorte en dood. Maar het gaat ook over de verwachting, dat er in dit huis van de Vader, deze aarde, meer ruimte zal zijn of komen. Jezus lijkt te zeggen: Ik ga de ruimte in van de Vader en Ik zal voor u ruimte maken. Ik zal ervoor waken dat de beperking op deze aarde niet eeuwig zal duren. Het is goed voor jullie om daar rekening mee te houden, want de angst voor de dood mag niet alles aantasten. 

Zoals alle levensgebieden kunnen worden aangetast door een mentaliteit van wantrouwen en oorlog, zo kunnen alle levensgebieden ook worden aangeraakt door vertrouwen, ruim te en vrijheid. De manier waarop we omgaan met lucht, water en grond. Hoe we onze welvaart gebruiken en verdelen. Hoe we omgaan met de grenzen van ons land, met betaald werk of niet betaald, met werk of werkeloosheid. Het heeft met onze vrije tijd van doen, met onze relaties, met onze godsdienst. 

In de eerste Petrusbrief wordt duidelijk gezegd: wij zijn mensen die getuigen van een grote belofte. De wereld is niet overgeleverd aan doemdenken, aan spookgedachten van ondergang. Het christendom draagt in zich zaad van hoop en vreugde. Het wil die ook bemiddelen. Er is niets anders voor nodig dan in je hart de genade te ontvangen van het geloof in Zijn en onze Vader en in Hem, Gods Zoon. 

De mensen die tegen alle wanhoop in eenvoudig en trouw het goede doen, zijn geen onnozelaars! Zij houden de lamp brandend. Dat is onze roeping. 

Daarom brandt de hele paastijd lang de paaskaars: symbool van Christus die het Licht in onze samenleving is. Die onze weg is. Bij ons doopsel, bij onze opneming in de christelijke gemeenschap, wordt aan diezelfde paaskaars onze doopkaars ontstoken … symbool van onze band met Jezus Christus. Symbool ook dat we met het licht van Christus in ons hart, zelf ook die kleine lichtjes van hoop kunnen zijn in onze wereld.