Skip to content
Homilie

Homilie Pater Lukas Martens 14 juni 2026 : 11de zondag door het Jaar

De Heer heeft ons gezien en onverwacht heeft Hij ons uitgekozen.

Homilie Pater Lukas Martens 14 juni 2026 : 11de zondag door het Jaar

Het mooiste wat er bestaat 

Laten we vandaag eens beginnen met het mooiste wat er is. Wat zou dat zijn, dat mooiste wat er bestaat? Ik denk dit:  iemand die mag ontdekken (plots of langzaam) dat er een persoon is die hem/haar liefheeft. Tot nu toe wist ik niet dat ik zo door die persoon werd bemind. Het is een liefde die al mijn verwachtingen te boven gaat, een liefde zo vol respect en waardering. Een persoon die van mij houdt, niet om mijn prestaties, niet om mijn kwaliteiten, maar helemaal onbaatzuchtig. En die persoon bezit bovendien een rijkdom die onuitputtelijk is. Wat een ontdekking. Om een gat in de lucht te springen. 

Gebeurt het? 

Met de vraag: gebeurt dat soms of is dit helemaal uit de lucht gegrepen? Ik zou zeggen, ja, het gebeurt, weliswaar met een zekere proportie. Ik denk aan mensen die een Godservaring mochten ontvangen. Mensen die eerder onverwacht tot geloof mochten komen. We vinden ze in de lezingen van vandaag. 

Het Godsvolk 

Langzaam ontdekt het Godsvolk in de woestijn dat zij uitverkoren zijn, niet omdat zij zo goed zijn, groot of talrijk, maar omwille van Abraham hun stamvader. Als het tot hen doordringt, hoe God hen op wonderbare wijze heeft bevrijd, hen op arendsvleugels heeft gedragen, hun heeft gevoed en opgeleid om het volk van het verbond te worden, dan zien zij in hoezeer zij zich door die God bemind mogen weten, onverdiend. En hoe zij voor de wereld een teken mogen zijn van de goedheid en de trouw van deze God. 

Paulus 

Zo gebeurt met Paulus. Hij mag zeggen: de Heer heeft van mij gehouden toen ik nog zondaar was, toen ik Hem vijandig gezind was, toen ik in onwetendheid mensen om het leven heb gebracht. Maar van Hem heb ik volkomen verzoening ontvangen en nu mag ik leven in zijn dienst. 

De apostelen 

En zo gebeurde met de apostelen. Zij mogen zeggen: De Heer heeft ons gezien en onverwacht heeft Hij ons uitgekozen, ons geroepen en ons zijn eigen bekwaamheden toevertrouwd om herder te zijn voor mensen in nood. God kiest mensen heel persoonlijk, Hij roept ze bij hun eigen naam, met hun eigenheid, met hun zwakke en hun sterke kanten. Maar dat wil niet zeggen dat zij hun zending op hun ééntje zullen beleven. Nee, minstens twee aan twee.  

En wij? 

En zo gebeurde ook aan ons. Op één of andere manier mochten wij de liefde van de Heer ontdekken. Inzien dat Hij de moeite waard is om Hem te kennen, lief te hebben en te dienen. Dan kunnen we zeggen: waar heb ik dat verdiend, ik ben trouwens niet beter dan die en die. Waarom kiest de Heer voor mij en niet voor zoveel anderen? Het antwoord op deze vraag zal altijd wel in de richting gaan van: Zijn medelijden met schapen zonder herder. Daarom is de ontdekking van ons geliefd zijn ook een zending: op mijn wijze mag ik er zijn voor anderen, voor schapen zonder herder. 

Vraag om arbeiders 

Om te eindigen nog deze opmerking: het eerste wat Jezus doet als Hij zijn leerlingen roept is hen duidelijk maken dat de oogst groot is, maar dat er weinig arbeiders zijn. De nood aan arbeiders is groot, omdat de oogst groot is. Misschien zeg je wel: waar is die grote oogst, daar is niets van te merken. En toch: diep in het hart van elke mens leeft de onrust, die alleen maar tot rust kan komen als men zich herinnert dat God ons uit Liefde heeft geschapen en dat die Liefde richting kan geven aan ons leven. Dan kunnen we zien hoeveel mensen zijn als schapen zonder herder: ze dolen rond, dwalen, gooien zich verloren, hebben geen thuis, kennen geen vrede, zijn eenzaam, voelen zich ongelukkig, niet gewaardeerd, aan hun lot overgelaten. Daar gevoelig voor worden, zal ons in staat stellen met aandrang te vragen om meer arbeiders voor de oogst. Nadat we dat gevraagd hebben, kunnen we dan zelf aan de slag om aan anderen te geven wat we zelf om niet mochten ontvangen.  

Wat heb ik ontvangen om te geven?

Laten we ons dus de vraag stellen: wat heb ik van de Heer om niet mogen ontvangen ongevraagd, onverdiend? Wat heb ik aan anderen te geven, ongevraagd, onverdiend. Zo kunnen we herder voor mensen zijn in Jezus’ Naam. Vragen we aan de Heer dat Hij zelf in ons Zijn herder-zijn komt beleven op de wijze die ons eigen is, dat wij het mooiste wat er bestaat mogen bemiddelen aan anderen.