Skip to content
Homilie

Homilie Pater Lukas Martens 7 juni 2026: Hoogfeest van Sacramentsdag

Er is één brood en één beker die ons doen groeien in eenheid en verbondenheid met elkaar.

Homilie Pater Lukas Martens 7 juni 2026: Hoogfeest van Sacramentsdag

De liefde van God gedenken 

Beminde gelovigen, ja, zo wil ik jullie nog eens noemen: mensen die zich bemind weten omdat zij geloven in de liefde van de Heer. Vandaar jullie keuze om Eucharistie te vieren, te danken, te gedenken, zich verbonden te weten en gezonden te worden. In Jezus is Gods liefde wel bijzonder zichtbaar, tastbaar, kwetsbaar, concreet geworden. Dat is een grote uitdaging voor ons geloof. We kunnen daar niet om heen. Jezus nodigt ons uit aan zijn tafel. 

Op dit feest wil ik jullie even meenemen doorheen het verloop van een Eucharistieviering. 

Binnenkomen 

We zijn dit kerkgebouw binnengekomen. Sommigen hebben een beetje wijwater genomen als herdenking aan ons doopsel, sommigen maakten een buiging of knielden even voor de aanwezigheid van de Heer in het tabernakel. En dan hebben we ergens plaats genomen waar we ons het best voelen om deze viering mee te maken. 

In het begin van de viering staat het altaar centraal. Dat is het voornaamste voorwerp in de mis. Het altaar wordt gekust en bewierookt, want het altaar is Christus. Hij is altaar, priester en offerlam tegelijk. 

Tafel van het woord 

Dan zijn we uitgenodigd aan de tafel van het woord. Het oude en nieuwe testament komen er aan bod. Jezus is de vervulling van het oude testament. Zo horen wij vandaag over het manna. Brood dat uit de hemel neerdaalt als voedsel voor onderweg. Maar het manna was ook een opvoeding tot vertrouwen. Manna viel uit de hemel en mocht elke morgen worden geplukt. Men mocht verzamelen voor één dag. Wie bang was om de dag erop niets meer te vinden en meer verzamelde stelde vast dat ’s anderendaags alles wat hij had overgehouden helemaal bedorven was. Maar op de dag vóór de sabbat mocht men voor twee dagen verzamelen en dan was het manna op de sabbat niet bedorven. 

Voedsel tot vertrouwen 

Dus geen voorraad aanleggen, vertrouwen dat God elke dag weer het nodige geeft. Als God het volk vraagt om alles te gedenken wat het heeft meegemaakt, dan is het de bedoeling dat ze onthouden dat God voor hen zorgde doorheen alle tegenheden, want die waren er in voldoende mate: giftige slangen, schorpioenen, honger en dorst. Het tekent elk mensenleven. We kunnen het allemaal voor onszelf invullen: wat zijn voor ons die giftige slangen, die schorpioenen. Wat is onze honger, onze dorst? Maar belangrijkste dat wij moeten gedenken blijft wat God gedaan heeft om te maken dat we ondanks alles toch verder kunnen om uiteindelijk het land van belofte te bereiken. Zo wil de tafel van het woord ons voorbereiden op de tafel van het brood, want door te gedenken wordt ons geloof gesterkt. En dat is nodig om in de Eucharistie Jezus zelf te erkennen. 

Tafel van het brood 

Zo komen we bij de tafel van het brood. Jezus is het echte manna, het echte brood ons door de Vader gegeven. Het levende Brood, Brood dat ons geestelijk doet leven, ons doet delen in het leven van God zelf. Jezus zegt: Mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank! Een taal die ons tegen de borst stuit. Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? Het is een rauwe werkelijkheid. Jezus is het Lam van God, op gruwelijke wijze ter dood gebracht voor het leven van de wereld. Door de gebeden bij de tafel van het brood en door de heilige Geest wordt Jezus’ zelfgave op het kruis opnieuw tegenwoordig gesteld. Dat is de diepste betekenis van het sacrament. De Heer komt werkelijk aanwezig als Lam van God en als Verrezen Heer. In elke Eucharistie wordt Jezus’ zelfgave tot op het kruis geactualiseerd, het gebeurt hier en nu. Als Jezus op het laatste avondmaal brood breekt en de beker wijn te drinken geeft, zegt Hij duidelijk: Dit is mijn lichaam, voor u gegeven, dit is mijn bloed, voor u vergoten. In Jezus is God mens geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Maar in de Eucharistie wordt die menswording nog verder doorgetrokken. 

Hij wil bij ons blijven 

Jezus schept Zichzelf in een stukje brood en een beetje wijn om ons voedsel te zijn en ons zo hulp, kracht, licht, bescherming te bieden. Hij wou ons niet alleen laten. Hij wil bij ons blijven onder die gedaanten tot aan het einde van de wereld. En de Verrezen Heer blijft ook bij ons aanwezig in de geconsacreerde hosties die bewaard worden in het tabernakel. 

Daarom is het belangrijk om - als we hebben gecommuniceerd - van de stille tijd gebruik te maken voor een intiem gesprek met de Heer, een moment van intens samenzijn, van wederzijds gegeven zijn. Veel woorden zijn daarvoor niet nodig. 

Gemeenschap 

Tenslotte is er nog dit wat ons niet mag ontgaan. Door te communiceren worden wij een beetje meer lichaam van Christus. En dit niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeenschap. Er is één brood en één beker die ons doen groeien in eenheid en verbondenheid met elkaar. Jezus in ons maakt ons tot hoeders van onze broeders en zusters. Dat is onze zending: zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. 

Laten we proberen om deze Eucharistie te beleven, een beetje meer intens dan gewoonlijk.