
Homilie Pater Paul De Bois 19 april 2026 : 3de Paaszondag
Deze leerlingen hebben een ontmoeting met Jezus nodig om hun geloof terug te vinden.
+
Het Evangelie van Lucas vertelt ons het verhaal van de twee teleurgestelde leerlingen die van Jeruzalem op weg zijn naar Emmaüs. Van één van de twee kennen we de naam: Kléopas; de ander kennen we niet met naam. Misschien heeft de evangelist dit bewust zo gewild. Hij is er immers van overtuigd dat het verhaal van de twee, die alles vinden op het moment dat ze alles kwijt zijn, een verhaal is alle tijden en van elke gelovige. Ook wij, de hoorders en lezers van nu, kunnen zo instappen in het verhaal.
Het verhaal van Emmaüs (Lucas 24, 13-35) is het verhaal van hoe de eerste christenen geleidelijk tot het inzicht komen dat het verhaal van Jezus niet eindigt op het kruis, maar dat Hij op hen een beroep doet om zijn verhaal hoopvol verder te zetten.
Op de voet van de IJzertoren in Diksmuide staat met grote letters te lezen: “Nooit meer oorlog”. Maar oorlog in Oekraïene, Gaza, Iran, Libanon en het hele Midden-Oosten … “En we hadden nog zo gehoopt dat …”
Na het Tweede Vaticaans Concilie leefde in de Kerk volop de hoop op aggiornamento … het moest vernieuwing brengen , nieuwe levenskracht … “we hebben er zo op gehoopt en met dit alles …”
Ook die twee leerlingen: “ze leefden in de hoop dat Hij, Jezus, degene was die Israël ging verlossen”. Maar Hij stierf aan een kruis en nu is zelfs zijn dode lichaam ook weg … Met gebogen ruggen lopen ze verder. Terug naar huis, terug naar hun vroeger leven. Je kan hun vragen zo bedenken. Hoe kon dit gebeuren. Waarom? Wat betekent dit? Hoe kon God dit toelaten?
En dan komt er een man met hen meelopen. Een vreemdeling die blijkbaar niet weet wat er gebeurd is. Die ontmoeting is nodig voor de twee Emmaüsgangers. Hun geloof is te zeer op de proef gesteld. Deze leerlingen hebben een ontmoeting met Jezus nodig om hun geloof terug te vinden.
De vreemdeling spreekt woorden die in hun oren eigenaardig moeten hebben geklonken.
‘Weten jullie dan niet dat Mozes en de profeten het over een heel andere Messias hadden, een Messias die moest lijden om zijn glorie binnen te gaan? Jullie denken dat de Messias overal te vinden is, behalve op plekken van lijden, ontluistering en dood, maar God laat zijn Messias niet in de steek. De psalm zegt dat God hem niet zal overlaten aan de dood en hem het verderf niet zal laten zien.’
Langzaam, heel voorzichtig, voelen ze het vuur in hun hart weer gaan branden van verlangen. Het klikt tussen die drie mannen en ze nodigen de vreemdeling uit om met hen het avondmaal te gebruiken.
En dan gebeurt het. Dan gebeurt wat ze nooit hadden durven dromen.
Zij herkennen hem aan het breken van het brood. Als je die woorden hoort, is je eerste reactie: Hoe kan het dat die twee leerlingen de ‘schijnbaar toevallig wandelaar’ nu pas herkennen? Ze hebben immers al uitvoerig met hem gepraat. Ze hebben zijn gezicht gezien en zijn stem gehoord en als er iets is waar je iemand meteen aan herkent, dan is dat iemands gezicht en iemands stem. Maar de twee hebben de onbekende wandelaar onderweg niet herkend. Ze herkennen hem pas nu hij het brood breekt. Degene die het brood breekt is dus anders dan de Jezus die ze daarvoor hebben gekend. Toch herkennen ze hem. Het is dus toch Jezus. Hij is tegelijk anders en dezelfde. Hij is dezelfde, want het breken van het brood herinnert aan de avond voor zijn lijden, het herinnert aan zijn dood. Toch is hij anders. De Gekruisigde leeft om niet meer te sterven. Hij leeft waar het brood gebroken wordt.
Dat is wat wij hier ook doen, samenkomen, op weg gaan, onze ervaringen, teleurstellingen, onze hoop en onze verwachting, delen we met elkaar. Alles leggen we op het altaar neer met de gaven voor de Eucharistie. We vragen dat Hij in ons midden komt, zoals eens op de weg naar Emmaüs, zodat wij Hem mogen herkennen bij het breken van het brood.
Zusters en broeders, dit prachtige verhaal van de Emmaüsgangers gaat over alle christenen, dus ook over ons. Het laat zien hoe we vandaag de levende Heer Jezus kunnen ontmoeten in ons leven van elke dag. In de hoop en de liefde van ons geloof. In de vrede die in ons groeit wanneer we meegaan op zijn weg van liefde en vrede. In de vreugde wanneer we in deze viering samenkomen en Hem ontmoeten in zijn woorden en daden, en bij het breken van het brood. Laten we dus vol vreugde vieren dat Hij altijd onder ons aanwezig is als we naar Hem opzien met ogen van geloof. Amen.
Lees meer artikels.

