
Homilie Pater Paul De Bois 5 april 2026 Hoogfeest van Pasen
Presentie die zich door geen geweld laat stoppen, inzet die sterker is dan de dood, die door de verdrukking heen groeit.
+
Het is Maria Magdalena die ooit gekend was als zondares, die het eerst bij het graf komt. Het is opnieuw Maria Magdalena die straks in de tuin haar naam door de Verrezen Heer hoort uitspreken.
Na deze schokkende ontmoeting gaf de vreugde van Christus’ opstanding haar de moed om dit goede nieuws vreugdevol te verkondigen. “Ik heb de Heer gezien!” verkondigde zij aan de apostelen en de hele wereld. Ooit bekend als een zondige vrouw, wordt Maria Magdalena de Apostel der Apostelen, de eerste getuige van de Opstanding, en het model van een persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus, opgestaan uit het graf.
Paus Franciscus verhief haar gedenkdag in 2017 tot een feest. “God verrast haar op de meest onverwachte manier,” meende Paus Franciscus. “Zodat die vrouw, die als eerste Jezus ontmoet … nu een apostel van de nieuwe en grootste hoop is geworden.”
Ze loopt snel terug naar Petrus en de andere leerling en zegt hun: “Ze hebben de Heer weg genomen”.
“Glaube ist Hohlraum” zei Karl Barth (een invloedrijke Zwitserse protestantse theoloog): “geloof is een holle ruimte”. Maar nu is er nog geen geloof. Nu is er blinde paniek. Maria holt naar Simon Petrus en de andere leerling, en zij beginnen op hun beurt te hollen. De andere leerling komt als eerste bij het graf, maar gaat niet naar binnen. Simon Petrus wel, en hij vindt de zwachtels en de zweetdoek die netjes opgerold in een hoekje liggen. Ze zien alle drie dezelfde feiten, maar ze kijken op een andere manier.
De twee leerlingen zien dezelfde dingen die je kunt aanwijzen: een leeg graf en opgerolde doeken. Maar Johannes ziet er iets anders in dan Petrus. De leerling die voorop gaat kan hier enkel afwezigheid bespeuren: weg is hij, weggehaald; hoe kon men in dit afgesloten graf komen? De leerling die door Jezus wordt bemind ziet in het lege graf Hém aan het werk: van binnen uit is de gestorvene van de boeien bevrijd, – geen grafschennis van buitenaf.
De beminde leerling denkt vanuit de liefde die hij ontvangen heeft. Wat hij hier ziet is presentie die zich door geen geweld laat stoppen, inzet die sterker is dan de dood, die door de verdrukking heen groeit.
In een boek over het Johannesevangelie las ik daar dit over:
Pasen betreft niet een mens die terugkeert uit een graf,
maar een graf dat die mens niet houden kan.
Het is geen verhaal over een dood lichaam
waarin het leven terugkeert
maar de belijdenis dat een leven zo geleefd
en een dood zo volbracht
sterker is dan de dood die hem wordt aangedaan.
Maria Magdalena blijft nog een poosje in de tuin. De leerlingen gaan weer naar huis. Ze zullen hun vrienden vertellen wat ze hebben gezien, ze zullen discussiëren over de betekenis ervan. De andere leerling “zag en geloofde” staat er, maar de kans is groot dat niet iedereen zo snel overtuigd was.
En dan?
Juist in tijden van extreme stress, als de grond onder je voeten vandaan zakt of je eigen leven in gevaar is, is de kans op ruzies groot. De een vindt dit, de ander dat. En hoe meer we discussiëren, hoe sterker we ons eigen gelijk bevestigen, hoe meer we met de hakken in het zand gaan.
De verrijzenis van Jezus had ook het einde van de gemeenschap van de leerlingen kunnen zijn. Dat is niet gebeurd – en ook daaraan mogen we hoop ontlenen, vooral in deze tijden van polarisatie en toenemende verharding en onbegrip. Als God met ons is, dan is alles mogelijk. Vrede, verzoening, vriendschap. In het klein en in het groot. Ook als dat in de nuchtere werkelijkheid uitgesloten lijkt. Ook, of misschien juist, als we daar met ons verstand niet bij kunnen. Als ons verstand zegt dat het onzin is. Zoals de hele verrijzenis zelf: ons verstand zegt dat het niet kan, maar de liefde wil het aannemen.
Zo geeft de verrijzenis van Jezus ons de mogelijkheid, en misschien ook wel de verplichting, tot hoop. Om ons niet neer te leggen bij de bedrukkende feiten. Omdat de liefde anders wil.
“Ik ben de verrijzenis en het leven”, horen we elders in het Johannesevangelie– woorden van Jezus tot Martha, zus van Lazarus: hier staat vóór je het leven dat door de dood niet is klein te krijgen: “Wie in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven”. Als we ons openstellen voor de Verrezen Heer, voor wat leeft in Hem – liefde die blijft -, komen er een vrijheid en een verbondenheid in je leven, die zich door geen macht ter wereld laten stoppen. '
Daarom zingt de Kerk met Pasen:
Laten de christenen lof brengen aan het offerdier van Pasen.
Het lam kocht de schapen vrij;
Christus, onschuldig, heeft de zondaars met de Vader verzoend.
Dood en leven streden een wonderbare strijd;
de leider van het leven, die gestorven was, regeert levend.
Zeg ons, Maria, wat heb je onderweg gezien?
Ik zag het graf van de levende Christus
en de heerlijkheid van de verrezene,
engelen als getuigen,
de zweetdoek en de gewaden.
Christus, mijn hoop, is verrezen;
Hij gaat de zijnen voor naar Galilea.
Wij weten dat Christus echt uit de doden is verrezen.
U, overwinnaar Koning, ontferm u over ons.
Amen.
Alleluja.
(Sequentie : Victimae paschali laudes)
Lees meer artikels.

