
Homilie Pater Paul De Bois 4 april 2026 bij de Paaswake
Zijn opstanding is een belofte. ‘Wij zullen met Hem opstaan.’
+
Ik weet niet hoe het bij jullie is … maar bij momenten ben ik kwaad. Kwaad op de dood! Al die onschuldige mensen die sterven door oorlog en geweld. Maar ook wanneer een kind verongelukt, of iemand uit mijn omgeving een uitgezaaide kanker krijgt. Gisteren nog kreeg ik telefoon: een jonge vrouw, 26 jaar, kwam niet op haar werk. Ze vonden haar dood in haar bed. Hartstilstand.
Boos dus op de dood wanneer die niet komt aan het einde van een lang en voltooid leven.
Jezus werd nog als jonge man gekruisigd. Hij is gestorven. Vandaag bleven we met onze gedachten bij Jezus in het graf.
Ergens voel ik me bij die boosheid ook wat ongemakkelijk. Het betaamt toch niet dat je als gelovige christen, als karmeliet en priester, in opstand komt tegen de dood. Je hebt vast ook nog wel mensen horen zeggen: “Niet klagen, maar dragen en vragen om kracht”. En dan deze uitspraak: “Alle dingen zijn er niet bij toeval, maar komen uit Gods hand”.
Gisterenmorgen en vanmorgen hebben we morgengebed mét de klaagliederen in de kerk gezongen. Het is voor mij elk jaar opnieuw ontroerend. In het gebed van de Kerk is er op de morgen van Goede Vrijdag en Stille Zaterdag plaats voor duidelijk klagen.
Mensen, ik denk dat de juichende lofzang op de Paaskaars, de lofzang op Christus’ verrijzenis nooit zo triomfantelijk zou kunnen klinken zonder die klaagzangen uit de profeet Jeremia.
Daarjuist heeft pater Piet het zo mooi voorgezongen:
Met hart en ziel zingen wij U lof
om Jezus Christus, uw Zoon,
wiens bloed ons vrijheid en vergeving heeft gebracht.
Hij is het Paaslam,
dat tot redding van Gods volk in deze nacht
voor ons geofferd wordt.
IN DEZE NACHT trekt Israël uit Egypte
en gaat droogvoets door de Rode Zee.
IN DEZE NACHT wijst een stralend licht de weg,
het licht dat alle duisternis verdrijft.
IN DEZE NACHT heeft Jezus Christus
de ketenen van de dood verbroken
en is Hij als overwinnaar uit de doden opgestaan.
En meerdere keren zongen we samen het refrein:
Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len
laat juichen om die grote koning
juichen om de overwinning!
Laat de trompetten klinken in het rond!
In mijn achterhoofd klinkt Jezus’ klacht nog na: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Jezus bad dit aan het kruis. En ik citeer ook een klein stukje uit die klaagliederen over de mensen van Jeruzalem:
Ze weent langdurig in de nacht,
haar tranen [stromen] over haar wangen;
er is niemand die haar troost
onder allen die haar beminnen;
al haar vrienden zijn haar ontrouw,
ze zijn haar tot vijanden geworden.
Mijn boosheid over sommige aspecten van de dood, vindt rust, vindt vrede bij de stilte van Stille Zaterdag. Met zovele andere christenen ten minst in gedachten bij Jezus waken … wachten, wachten op wat nauwelijks onder woorden te brengen is: Jezus die uit de dood wordt opgewekt. De Evangelies geven geen beschrijving.
Er zijn enkel de vrouwen die naar het graf komen kijken. Er is een engel die de vrouwen zegt: “Hij is niet hier. Hij is immers opgestaan zoals Hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar Hij gelegen heeft”.
Die eerst Paasnacht, zo hebben christenen altijd gezegd, was niet een gelukkig toeval. Christus was niet een enkeling, een anomalie, een uniek historisch verschijnsel waaraan je je kunt vergapen of waarover je kunt discussiëren - en dat was het dan. Hij is de eerste, schrijft Paulus. Zijn opstanding is een belofte. ‘Wij zullen met Hem opstaan.’
Maar de dood is sinds die wonderlijke eerste paasmorgen - zo geloven Paulus en miljoenen anderen tot op vandaag - niet alléén een vijand meer. Ze is ook een poort geworden.
Met de woorden van Paulus zinnen wij op het hemelse, niet op het aardse. Dat betekent dat wij kiezen voor de dingen van God en niet voor de voorbijgaande dingen, dat wij uit zijn op de eer van God en het geluk van alle mensen. Dat is vaak geen gemakkelijke weg: het is de weg van het kruis omdat de echte liefde offers vraagt. Het is de weg waarvan de wereld zegt: je bent gek dat je zoiets doet. En die roep van de wereld klinkt in onze dagen extra luid. Daarom is het ook moeilijk trouw te zijn aan onze doopbeloften. Maar we hoeven die weg niet alleen te gaan. De levende Heer gaat met ons mee. Hij is ons steeds nabij in de eucharistie. Daarin mogen we steeds het paasmysterie van de Heer vieren, zijn dood en de verrijzenis in zijn gebroken Lichaam en zijn vergoten Bloed. Met die gaven van zijn kruis voedt Hij ons. Zo wordt het leven van ons doopsel in ons bewaard en versterkt.
Zo blijven we leven op de adem van het Paasmysterie, blijven we in contact met Christus de gestorven en verrezen Heer, die daar Gastheer en voedsel is. Eucharistie en leven in liefde naar de maat van het kruis horen bij elkaar.
