Skip to content
Homilie

Homilie Pater Piet Hoornaert 8 februari 2026 : 5de zondag door het Jaar A

Er is doorheen heel de bijbel een voortdurend contrast, een tweespalt tussen dat Licht en de duisternis.

Homilie Pater Piet Hoornaert 8 februari 2026 : 5de zondag door het Jaar A

OPENINGSWOORD

Elke zondag groeien we doorheen de viering van de eucharistie 
steeds dichter naar Jezus Christus toe.
Hij is gekomen om ons te bevrijden.
Hij wil ons leven smaak geven door zijn Woord en Brood. 
Hij wil ons hart en heel ons wezen vervullen met zijn licht 
en vraagt dat wij van Hem getuigen in deze wereld. 
Laten we bij het begin van deze viering 
ons hart openen voor zijn genade 
en bidden om zijn ontferming.

KYRIE-LITANIE

Heer, Gij roept ons bij onze naam.  
Heer, ontferm U over ons.

Christus, Gij wendt uw gelaat nooit van ons af. 
Christus, ontferm U over ons.

Heer, Gij laat uw licht stralen in onze duisternis. 
Heer, ontferm U over ons.

V. Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden naar het eeuwig leven.
 

HOMILIE

Mt 5, 13-16 

Na de zaligsprekingen die Jezus richtte tot de grote menigte, zei Hij nu alleen tot zijn leerlingen: Gij zijt het licht der wereld.” Dat is verbluffende taal, als we weten dat voor de Jood alléén God echt het ‘Licht der wereld’ was. Dat woord zegt Jezus vandaag ook tot ons. 

Gods licht schijnt in de duisternis. 

“God is licht” (1Joh 1,5). Licht van leven en waarheid. Dat beeld is courant. In de brandende braamstruik liet God zich aan Mozes kennen als een licht van vuur. En na zijn ontmoeting met God daalde Mozes van de Sinaï af, doorgloeid met de glans van Gods heerlijkheid: als een spiegel van Gods licht. 

Met dat Licht was Jezus één. Van Hem zei de oude Simeon: “Een Licht dat voor de heidenen straalt…” (Lc 2, 32). Later zal Jezus zeggen: “Ik ben het Licht der wereld. Wie Mij volgt wandelt niet in duisternis.” (Joh 8,12) Dat licht mochten de leerlingen op de berg Tabor zien, en later na zijn verrijzenis. 

Er is doorheen heel de bijbel een voortdurend contrast, een tweespalt tussen dat Licht en de duisternis. Het gaat om een spirituele en morele duisternis. Dat drama heeft Johannes sterk in de verf gezet bij de aanhef van zijn evangelie: “Het Licht scheen in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan”.  

De Heer Jezus is mijn licht 

Van dat Licht mogen wij elke dag leven. We zingen nog altijd zo graag de psalm, die het Godsvolk zong in de donkerste perioden van zijn geschiedenis: “De Heer is mijn Licht en mijn Leidsman, wie zou ik vrezen?” (Ps 27,1). 

Wetenschappelijk weten wij dat zonder zonlicht geen leven mogelijk is op aarde: de zon is voor ons de onmisbare bron van energie. Bij het dichten van zijn zonnelied moet Franciscus - na een zware crisis - aan Gods herscheppend licht hebben gedacht.  

Tijdens zijn grote geloofsnacht keerde John Henry Newman in juni 1833 terug van Palermo richting Marseille. Hij zat wegens windstilte wekenlang vast op een sinaasappelen cargo in het Nauw van Bonifacio. ’s Nachts moest op het dek een kleine lamp, de directe omgeving wat verlichten.  

Ze gaf hem de idee zijn wereldberoemd lied te schrijven: “Leid, vriendelijk Licht, mij als een trouwe wacht; leid Gij mij voort. ‘k Ben ver van huis en donker is de nacht…” Hij richtte zich tot God, het grote Licht, terwijl zijn ziel in duisternis naar waarheid zocht. Ook Sint-Jan van het Kruis beschrijft dat na de zuiverende liefde van een geestelijke Donkere Nacht, het weldoende licht komt van een nieuwe dageraad. 

Je moet niet schitteren maar verlichten. 

Het is dus een nieuw wonder geschenk dat je als christen op jouw beurt óók licht mag zijn: “Gij zijt het licht der wereld. Gij zijt de zon.” Door het grote Licht dat God is, leven we in Gods vuurstroom, dankzij ons doopsel, vormsel en H. Eucharistie. 

Die boodschap heeft Paulus onophoudelijk uitgedragen. Zo bv: “Gij zijt kinderen van het Licht, kinderen van de Dag; we behoren niet meer toe aan de macht van de duisternis.” (1Tess. 5,5). “Leeft als kinderen van het Licht.” (Ef. 5,8). Het zijn kreten van blijdschap, maar ook aansporing tot verantwoordelijkheid.  

En Jezus gaf al deze raad: “Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat ze uw goede daden zien en de Vader verheerlijken.” De eerste christenen deden dat. Hun belangloze liefde was een aanstekelijk getuigenis. 

De bekeerlinge Madeleine Delbrêl, die werkte in de rode wijken van Parijs zei: “Onze zending is het werk van Jezus te doen bij de concrete mensen rondom ons.” En ze voegde eraan toe: “We moeten niet schitteren, maar verlichten.” Want ‘schitteren’ kan verblinden. Terwijl ‘verlichten’ betekent: anderen doen zien en laten genieten van de helderheid, de warmte en de groeikracht van Gods licht.  

“Laat de mensen aan God denken als ze mij zien”. 

Dat licht moeten we dus van God ontvangen en als spiegels weerkaatsen naar de wereld, of zélf zo transparant zijn dat we niet onszelf doorgeven maar God. De heilige karmelietes Elisabeth van de Drie-eenheid was daar als jonge vrouw in de wereld erg goed in. 

Dan gebeurt er wat we hoorden in de eerste lezing: “Dan zal uw licht stralen als de dageraad … De glorieglans van de Heer zal u op de voet volgen” (Jes. 58, 7-10). Het ergste is dat wij het licht voor ons zouden houden en wegstoppen. Maar het is fout ook te willen stralen alleen vanuit eigen kracht. Nee. Gods licht is onmisbaar om zélf waarachtig licht voor anderen te zijn.  

Als je zelf vrede in je hart hebt en een ander niet, dan kun je je licht bij hem laten stralen. Als je een kijk op de dingen hebt ontwikkeld, waardoor je tegenslagen kunt verwerken en je buurman heeft dat niet, dan kun je je licht laten stralen door belangstelling en een bemoedigend woord.  

Bemoedigen is luisteren en samen open kansen zien. 

Daar snakken heel wat mensen naar: de hoogbejaarde die zelf niet meer op bezoek kan gaan, de zieke die alle plannen moet herzien en de student die een heel jaar moet over doen.  

Bemoedigen is heel wat anders dan zeggen dat het allemaal wel zal meevallen. Het is luisteren, kijken naar open kansen en behulpzaam zijn bij het aanvaarden. Wie dat kan, bezit een extra licht, want hij is in staat om die medemens het eigen licht te laten ontdekken.  

We kunnen elke dag zo veel betekenen voor elkaar, met of zonder geleerdheid; elkaar inspireren door het voor te doen: bv. wie zich houdt aan de toegestane snelheid op de weg, nodigt ook anderen uit zich niet te laten opjagen.  

Vandaag worden we uitgenodigd de beproefde goede raad van Jezus Christus tot ons laten doordringen: ontdek het licht van Gods liefde in jou en in dat van anderen, en laat het volop schijnen.  

 


VOORBEDEN 

V. 'Wie roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
' Vanuit deze zekerheid vertrouwen we 
al onze noden, vragen en verlangens toe aan God. 

Lector 

1. God, laat uw licht van wijsheid stralen over de herders van uw Kerk. 
Dat zij woorden vinden om in naam van Jezus Christus 
bevrijding te brengen aan alle mensen … 

2. God, Iaat uw licht van vrede stralen over regeringsleiders en politici. 
Dat zij instrumenten van uw vrede zijn 
en meebouwen aan uw Rijk van eenheid en verbondenheid ... 

3. God, laat uw licht van hoop stralen over allen die lijden. 
Dat zij niet ten ondergaan aan wanhoop 
maar steeds weten dat Gij hun nabij zijt …  

4. God, laat uw licht van vertrouwen stralen 
over allen die meebouwen 
aan nieuwe en vernieuwende geloofsgemeenschappen. 
Dat zij vanuit uw Woord en sacrament gedreven worden 
om mensen in uw Naam te verzamelen … 

5. God, laat uw eeuwig licht stralen 
over onze overleden broeders en zusters.
Dat zij opgenomen worden in uw heerlijkheid…  

V.   Goede God, uw licht schijnt in de duisternis.
Geef ons de moed om van uw licht te getuigen.
We vragen het U door Christus, onze Heer.