Skip to content
Homilie

Homilie Pater Roeland Van Meerssche 25 januari 2026 : 3de zondag door het Jaar A

God gaat met ons mee, daar mogen we niet aan twijfelen.

Homilie Pater Roeland Van Meerssche 25 januari 2026 : 3de zondag door het Jaar A

“Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht.” 

Broeders en zusters, 

Dat zegt Jesaja in de eerste lezing. Het zijn woorden vol hoop die hij richt tot zijn volk dat vermoeid, verdeeld en moedeloos is. Aan dat ronddolende volk doet hij de belofte  dat het licht zal doorbreken. 

Het is een verhaal dat nog zeer actueel is. Want net als de Israëlieten dolen ook wij vaak in duisternis rond. De duisternis van groeiend geweld in onze wereld en in de samenleving. En ook de duisternis van persoonlijke zorgen, van machteloosheid, van onzekerheid over de toekomst, en de vraag of het ooit beter wordt. We kunnen alleen maar hopen en geloven dat het licht waarover de Profeet spreekt het licht is van God die met ons meegaat. Maar God gaat met ons mee, daar mogen we niet aan twijfelen. 

Met de komst van Jezus is  die belofte werkelijkheid geworden. Daar zien we dat Jezus voor het eerst het schitterend licht van zijn Blijde Boodschap verkondigt. Hij doet dat niet in Jeruzalem, het centrum van macht en geloofsleer, maar in Galilea, een grensgebied, waar het geloof vaak verwant is met heidendom. En zo laat Jezus zien dat God ook aanwezig is waar we dat niet direct verwachten. “Bekeer u, want het Rijk der hemelen is nabij,” zegt Jezus. Dat betekent niet dat Hij ervan uitgaat dat zijn toehoorders allemaal heidenen en zondaars zijn, wel dat de mensen anders moeten leren kijken, hun wegen moeten veranderen, hun leven moeten afstemmen op Gods nabijheid. 

Niet veel later doet er zich iets heel merkwaardigs voor: Jezus roept vier mannen op om Hem te volgen. Het zijn geen Schriftgeleerden of Farizeeën, maar jonge vissers, met de netten nog in hun handen. En Jezus zegt niet: “Denk er eens over na” of “Volg mij wanneer het u past.” Hij zegt gewoon: “Kom, volg Mij. Ik zal u vissers van mensen maken” En het ongelooflijke gebeurt: ‘Onmiddellijk lieten zij hun netten achter en volgden Hem,’ zo staat het in het evangelie. 

We vinden het misschien een eigenaardige uitdrukking: vissers van mensen worden. Met deze woorden wil Jezus gewoon aansluiten bij het werk van deze mensen; ze waren vissers. Waren het herders geweest zou Jezus wellicht gevraagd hebben: herders van mensen te worden. Zo worden ook wij geroepen om volgeling van Jezus te worden, wie we ook zijn, wat we ook doen. Wat Jezus hiermee bedoelt met deze woorden is een uitnodiging om in alles wat we doen onze ogen gericht te houden op het hart van onze  medemensen. Jezus vraagt geen onmogelijke dingen. Hij weet dat we niet alles kunnen. Maar hij verwacht wel dat we bekommerd zijn om elkaars geluk, dat we zorg dragen voor elkaar, dat wij zijn tochtgenoten worden op de weg van de liefde. Kleine gebaren en eenvoudige woorden doen nog steeds wonderen, ook hier onder ons. 

Broeders en zusters, 

In de tweede lezing roept Paulus op tot eenheid. “Laat er geen verdeeldheid onder u zijn,” zegt hij tegen de Korintiërs. Ook dat is zeer actueel, want er is heel veel verdeeldheid in de wereld, maar ook in onze omgeving. Het is dus niet te verwonderen dat er uitdrukkelijk gebeden wordt voor eenheid onder de christenen. Vandaag eindigt zo’n gebedsweek voor die eenheid. Jezus geeft zelf een sterke hoop dat die eenheid er kan zijn, want  zegt Hij: ‘Waar twee of meer in mijn naam verenigd zijn, daar ben Ik in hun midden.’ 

Broeders en zusters, 

Laten we dus ingaan op zijn uitnodiging om Hem te volgen.  Want die uitnodiging geldt ook voor ons precies zoals voor die eerste leerlingen. En Jezus zegt niet alleen: “Kom en volg Mij”. Hij geeft ook de nodige kracht om daadwerkelijk in zijn dienst te staan tot opbouw van zijn rijk van Liefde midden onder ons. Amen. 

P. Roeland