Skip to content
Homilie

Homilie Pater Paul De Bois 18 januari 2026 : 2de zondag door het Jaar A

Een dynamische opvatting van ‘heilig’

Homilie Pater Paul De Bois 18 januari 2026 : 2de zondag door het Jaar A

‘Aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd’. 

Zo adresseert de apostel Paulus zijn brief aan de christenen van Korinthe. Daarmee staat tweemaal de term ‘heilig’ in één zin. Het gaat over ‘de heiligen’, maar niet als de aparte categorie van Gods keurtroepen tegenover het gewone voetvolk. Het is een algemene aanduiding: heel de geloofsgemeenschap in Korinthe is ‘geheiligd in Christus Jezus’ en ‘tot een heilig leven bestemd’. Paulus noemt al die heiligen van Korinthe in één adem met ‘allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook’. Voor hem gaat het over één volk van God, hij spreekt hen allen aan met ‘heiligen’. Allen die ‘geroepen’ zijn, ons ook. 

We moeten ons bezinnen op wat dat woord ‘heilig’ betekent. 

Heilig betekent: er gaat kracht van uit, een bron van energie, je ontleent er kracht aan.  
De andere betekenis is: het staat apart, afgezonderd van de rest, Die tweede betekenis is gangbaar geworden. Zelfs tot vervelens toe. Deze gedachtegang deelt de wereld in  twee domeinen: het profane en het sacrale, het gewone en het bijzondere. Op mensen toegepast, is er dikwijls een beroep gedaan op een uitspraak van de apostel: “Maar jullie moeten helemaal anders zijn, want jullie hebben Christus leren kennen!  Want jullie hebben naar Hem geluisterd. Jullie hebben van Hem de waarheid leren kennen.  Daarom moeten jullie je vroegere manier van leven afdanken, zoals je een stel oude kleren afdankt. Jullie oude manier van leven léék jullie wel gelukkig te maken, maar in werkelijkheid werden jullie erdoor bedrogen. Want uiteindelijk bracht het jullie alleen maar de dood.  Maar nu kunnen jullie je leven veranderen door een nieuwe manier van denken.  Dat nieuwe leven trek je aan, zoals je een stel nieuwe kleren aantrekt. God heeft nieuwe mensen van jullie gemaakt. Nieuwe mensen die op Hem lijken.” (Ef. 4, 20) Dit ‘heilig’ is geneigd zichzelf als moreel superieur te zien, integer, onkreukbaar. En daar begint dan net probleem. 

Het bijbelse voorbeeld van ‘heilig’ bij uitnemendheid is de berg Sinai.  

Toen het volk van God, na vele omzwervingen in de woestijn, aankwam bij de berg van het verbond, bleek dat een gevaarlijke plek te zijn: zo heilig dat je er heel omzichtig mee om moest gaan. Die berg was niet heilig omdat hij was afgezet met een dikke omheining, apart gehouden, beschermd tegen profanatie. Nee, die berg werd omheind omdat hij zo heilig was, gevaarlijk, geducht. Dus de eerste betekenis van ‘heilig’ is dat er kracht van uitgaat, aardbeving, vuurgloed, stormwind, de aarde wankelt omdat de heilige God verschijnt. Maar in de tijd van de Verlichting vonden keurige, weldenkende mensen die dynamische opvatting van ‘heilig’ te primitief. Dat er kracht van dingen uitgaat, riekt naar magie en bijgeloof. Dus werd de andere betekenis naar voren geschoven: apart gesteld, een hek eromheen. Maar als Paulus de christenen van Korinte aanspreekt als ‘geheiligd in Christus Jezus en geroepen om Gods heiligen te zijn’, dan bedoelt hij dat de Levende Heer hen sterkt en bekrachtigt. Dat God hun tot steun zal zijn, zoals de profeet Jesaja zegt: ‘Mijn God, mijn sterkte’. Dat de Heilige Geest hen bevestigt in alles wat hun te doen staat. 

En wij? 

Je bent heilig, dat is: jouw roeping is van kracht. Dat jij heilig bent komt niet van binnenuit, vanuit je nobele inborst maar komt van buitenaf. Het is je roeping. Omdat Hij je geroepen heeft, heeft Hij je geheiligd, opdat er op jouw beurt kracht van jou zal uitgaan. Het geloof is immers niet iets dat in jou opgevouwen ligt, ingepakt, met een strik erom. Het is veel te groot. Het geloof leeft niet in jou, jij leeft in het geloof, het omgeeft je, het barst eruit, het is het licht op je pad, het is de overvloed waar jij in deelt, waarvan jij uitdeelt. Je bent geroepen, ook dat staat in deze paar zinnen tweemaal. Eerst geldt het Paulus zelf: ‘geroepen tot apostel van Christus Jezus’ en daarna geldt het voor de christenen in Korinthe: ‘tot een heilig leven bestemd’. We zijn – in de visie van Paulus - allemaal ‘geroepen heiligen’. Dat betreft al je doen en laten: een heilig leven, en je bestemming: tot een heilig leven bestemd. 

Leven in het geloof

In zijn homilie naar aanleiding van 800 jaar kathedraal St-Michiel en St-Goedele, zei kardinaal Parolin: “Het is niet de numerieke zwakte die het getuigenis van de christelijke gemeenschap kwetsbaar maakt, maar veeleer het verlies van haar evangelische durf. Een Kerk verzwakt wanneer zij ophoudt het zout te zijn dat smaak geeft, het licht dat verlicht, het zuurdeeg dat doet rijzen.”

Christen zijn staat dus niet gelijk aan een op zichzelf teruggeplooid leven; onder gelijkgezinden. In de visie van Paulus zijn christenen - de heiligen - mensen door God geroepen en vanuit die roeping moet er kracht van ons christenen uitgaan. Niet in de zin van: “ik zal ze eens tonen hoe het moet zijn” … maar wel dat we zo leven dat we onze verbondenheid met God met elkaar delen, als nieuwe mensen: beeld van God zelf.