
Homilie Pater Lukas Martens 4 januari 2026 : Hoogfeest Openbaring van de Heer
Mijn hart heeft met geloof geluisterd, mijn hart heeft zekerheid
Ik heb mijn hart tot U geheven, Heer al mijn hoop zijt Gij.
Er is een oud kerklied dat sommigen van u zeker ooit van harte hebben meegezongen, de eerste zin luidt: ‘Ik heb mijn hart tot U geheven, Heer, al mijn hoop zijt Gij.’ Met de vraag: is dat zo? Is de Heer al mijn hoop? Op wie, op wat stel ik mijn hoop? We beëindigen het jubileumjaar. Daarin werden we opgeroepen om pelgrims van hoop te zijn. Dat oud lied gaat verder: al ligt de wereld diep verduisterd, al drukt de grauwe tijd, mijn hart heeft met geloof geluisterd, mijn hart heeft zekerheid. Met geloof luisteren geeft zekerheid, midden een duistere, grauwe tijd.
50 jaar verandering
Op 50 jaar is er veel veranderd in onze samenleving en in de Kerk. Sommige evoluties zijn gelukkig, andere ervaren wij als ongelukkig. Als we kijken naar de Kerk zien we een neergaande beweging op sommige vlakken die al 50 jaar bezig is. Met de vraag: welke redenen hebben wij om toch hoopvol te blijven?
Herbouw mijn Kerk.
Hier maak ik even de vergelijking met de eerste lezing. 50 jaar lang leeft het volk in ballingschap in Babel. Op die 50 jaar zijn de meesten die de exportatie hebben meegemaakt overleden. Nu mag men terugkeren. Het zijn dus vooral hun kinderen en kleinkinderen die dat doen en die hebben Jerusalem en de tempel nooit gezien. De tempel lag er trouwens nog altijd verwoest bij. Op die 50 jaar zijn ook alle woningen ingenomen door de armsten die waren achtergebleven en door mensen die daar door de overheerser werden geplaatst. Het is dus een mengelmoes geworden van nationaliteiten, culturen en godsdiensten met het gevolg dat het zuivere geloof in de God van het verbond, verdwenen is. Als de teruggekeerden de tempel willen herbouwen krijgen ze tegenkanting en ze geven het op. Het is dan dat de profeet een sterke boodschap van hoop laat horen: over Jeruzalem zal het licht van de Heer schijnen. Dat is zijn plan en dat zal er ooit komen. Dus, handen uit de mouwen en verder werken aan de heropbouw. Jeruzalem moet een stad worden open voor alle volkeren.Hoe het er aan toe gaat met de Kerk, ook nu is er de oproep van de Heer: herbouw mijn Kerk, als een plaats van openheid op alle volkeren.
Geloof vraagt beweging
In het evangelie vinden we daar iets van terug, waar Jezus meer geloof vindt bij vreemdelingen dan bij zijn eigen volksgenoten. En vandaag zien we de wijzen uit het oosten naar Jeruzalem komen. Geloof vraagt beweging. Dat wil zeggen: loslaten, op weg gaan, opmerkzaam zijn voor tekenen, zoeken en gaan kijken. Daar hebben de hogepriesters en de Schriftgeleerden het moeilijk mee. Zij weten veel, ze geven een duidelijk antwoord op de vraag van Herodes, maar zij blijven onbeweeglijk, zij zoeken niet, zij gaan niet kijken, zijn niet open voor iets nieuw, voor Gods actueel handelen. Behtlehem is nochtans maar 10 km van Jeruzalem verwijderd.
Schenk Mij uw hart
De eerste zin van het lied was: ik heb mijn hart tot U geheven. Jezus is gekomen en Hij vraagt dat wij ons hart aan Hem zouden geven. Geloven vertaald in het Latijn is: credere. Dat komt van cor dare: uw hart geven, van harte instemmen met het aanbod van God. Daar uw hart aan willen verliezen. Waar uw schat is, daar is uw hart. Zo was het voor de wijzen: zij hadden hun hart verloren aan de koning naar wie de ster verwees. Daarom hebben zij voor Hem ook kostbare geschenken meegebracht: goud, wierook en mirre.
Kostbaarheden
We kunnen daar deze betekenis aan geven: goud wijst op het geloof. Geloof is zo kostbaar als goud en wordt gelouterd in het vuur van de beproeving. Wierook wijst op de hoop, op het hoopvolle gebed dat opstijgt naar God. We verheffen ons hart tot Hem in de hoop dat Hij ons het nodige zal geven. En mirre mag wijzen op de liefde: mirre is een welriekend kruid dat gebruikt wordt voor de liefdesrelatie en het bruiloftsfeest, maar ook voor het balsemen van het lichaam van overledenen. Daarom is mirre beeld van de liefdevolle, tedere zorg voor onze kwetsbare medemens.
Mijn Heiland is nabij
Een laatste vers uit het lied: ik weet, Gij zult mij niet begeven, mijn Heiland is nabij. Ja, de Heer is nabij. Hij wil Zich aan ons geven in deze eucharistie. Komt laten we Hem dan aanbidden.
***
Ik besluit met nog iets praktisch. Er bestaat in vele landen de gewoonte om op het feest van de Driekoningen de huizen in te zegenen. Op het einde van de voorbeden gaan we een zegeningsgebed uitspreken over deze tekstkaartjes. Op zo’n kaartje staan de eerste letters van de drie wijzen: Caspar, Melchior en Balthasar. Het zijn ook de eerste letters van de Latijnse zin: Christus Mansionem Benedicat, wat wil zeggen: Christus zegene dit huis.
Na de mis kunnen jullie bij de misdienaars deze tekstkaart ophalen.
Bij de collecte: De kerk is missionair. Jezus wil alle mensen bereiken. De collecte van vandaag is dan ook bestemd voor de jonge Afrikaanse kerken.
Als slot: Zoals Pinksteren het Paasfeest helemaal openbreekt naar de hele wereld toe, zo is het ook met Kerstmis, dat door het feest van de Openbaring een wereldwijde zending krijgt.
Lees meer artikels.

