
Homilie Pater Roeland Van Meerssche 27 september 2026 : 26ste zondag door het Jaar
Geloven is: proberen Jezus’ levenswijze na te volgen, heel concreet, dag na dag.
Broeders en zusters,
Het evangelie van vandaag begint met een heel eenvoudige vraag. Een vader heeft twee zonen en vraagt aan de eerste: “Mijn jongen, ga vandaag in de wijngaard werken”. De jongen antwoordt: “Ik wil niet”. Maar later krijgt hij spijt en hij gaat toch.
De vader vraagt hetzelfde aan de tweede zoon. Die antwoordt onmiddellijk: “Zeker, vader”. Maar hij gaat niet.
En dan stelt Jezus de vraag: “Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan?” Het antwoord is duidelijk: de eerste.
Jezus wil ons vandaag iets belangrijks leren: God kijkt niet alleen naar onze woorden, maar naar ons hart en naar ons leven; We kunnen mooie woorden spreken. We kunnen naar de kerk komen, goede voornemens maken, zeggen dat we God willen dienen. Maar uiteindelijk vraagt Jezus: “Wat doen wij ermee?” Ons geloof uit zich niet alleen in woorden, maar vooral in concrete daden. Ons geloof wordt zichtbaar in de manier waarop we leven. Geloven is: proberen Jezus’ levenswijze na te volgen, heel concreet, dag na dag. Zoals Paulus schrijft in de tweede lezing: “Zoek niet alleen uw eigen belang. Maar die gezindheid moet onder u heersen die Jezus bezielde”. We kunnen omwegen maken, we maken fouten, we zijn niet consequent en leven met een ‘ja’ en een ‘neen’. Maar we hebben altijd de mogelijkheid op onze stappen terug te keren.
De Profeet Ezechiël zegt ons in de eerste lezing: “Als een mens zich afkeert van zijn verkeerde weg en het goede gaat doen, dan zal hij leven”. Het gaat niet zozeer over een bepaalde route, dan wel over een manier van leven. En de Heer staat er borg voor dat deze weg betrouwbaar is. Dat is het hart van het christelijk geloof: er is altijd een weg terug. Geen enkele zonde hoeft het laatste woord te hebben. Geen enkele fout is groter dan Gods barmhartigheid.
Op deze weg is Jezus ons voorbeeld. Paulus zegt dat Jezus zich niet heeft vastgeklampt aan zijn goddelijke waardigheid. Hij heeft alles losgelaten en is onder ons gekomen in alles aan ons gelijk, behalve dan in de zonde. En Jezus heeft niet alleen gezegd dat Hij van ons houdt. Hij heeft zijn liefde getoond tot het uiterste, zoals Paulus zegt: Hij heeft zichzelf vernederd, dienstbaar gemaakt en is gehoorzaam geworden tot de dood op het kruis. Zijn ‘Ja’ was geen gemakkelijk woord. Het was een ‘Ja’ dat door lijden heen ging.
Blijven we nog even stil staan bij de figuur van de vader. Hij nodigt zijn beide zonen uit om te werken in zijn wijngaard. Hij maakt geen onderscheid. Hij is niet bevooroordeeld en ondanks de weigering blijft de laatste altijd welkom. Deze parabel doet ons spontaan denken aan een ander verhaal, ook van een vader met twee zonen. In beide parabels vinden we dezelfde mildheid, hetzelfde respect tegenover zijn zonen. Met die vaders bedoelt de evangelist de hemelse Vader. En in de zonen kunnen we onszelf herkennen. God zal ons niet dwingen, wel uitnodigen. En als we eigen wegen gaan, zal Hij op de uitkijk staan tot we terugkeren om in de wijngaard van het dagelijkse leven te werken.
En die wijngaard van God, broeders en zusters, is niet ver weg. Die wijngaard is ons eigen leven: onze familie, onze gemeenschap, de mensen die God op onze weg brengt. Meestal vraagt Hij niet iets groots. Gewoon geduld hebben met iemand. Een bezoekje brengen aan iemand die eenzaam is. God opnieuw ontmoeten in gebed en sacramenten. En dan gebeurt het wel eens dat we ‘neen’ zeggen, maar als we dan luisteren naar Gods stem kan ons hart veranderen. En dan ontdekken we dat God ons niet vraagt om perfect te zijn. Hij vraagt om beschikbaar te zijn. En als we ooit ‘neen’ hebben gezegd, laten we zeker niet wanhopen. Bij God is het nooit te laat om opnieuw ‘Ja’ te zeggen. Amen.
P. Roeland
Lees meer artikels.

