Skip to content
Homilie

Homilie Pater Paul De Bois 18 oktober 2026 : 29ste zondag door het Jaar

Jezus vraagt ons in het evangelie van deze zondag om aan God te geven wat Hem toebehoort.

Homilie Pater Paul De Bois 18 oktober 2026 : 29ste zondag door het Jaar

Het lijkt allemaal om geld te draaien … de regering die enkele miljarden euro’s moet vinden; het  hele gedoe rond belastingen die men wil verhogen of wou verhogen. Het beheerst het dagelijkse nieuws. 

En … daarbovenop gaat het in het Evangelie van deze zondag ook om geld … om belasting betalen.  Eigenlijk gaat het over geloof en politiek. 

Ik vind de eerste lezing, uit Deutero-Jesaja, interessant. Met Deutero Jesaja, wordt meestal een profeet bedoeld die in de school van de profeet Jesaja staat en die schrijft in de periode van de Babylonische ballingschap. Ten overstaan van de eerste hoofdstukken van het boek Jesaja, zijn deze hoofdstukken 40 tot 55 hoopvoller: zo is er in deze teksten zicht op bevrijding.

Het begin van hoofdstuk 45, we beluisterden er enkele verzen uit,  is geschreven op een moment van ingrijpende politieke veranderingen in het gehele Midden-Oosten. Het Perzische Rijk vormde zich en dat had grote consequenties voor Israël, dat toen nog in ballingschap verbleef in Babylonië. Koning Cyrus behaalt de overwinning bij de verovering van Babylon. 

Het is boeiend om te zien hoe de bijbelschrijvers de nieuwe politieke situatie religieus duiden. Cyrus is het instrument in Gods handen, niet alleen voor het Joodse volk, maar voor de hele toenmalig bekende wereld.

Met de komst van Cyrus begon er een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Israël. De Babylonische ballingschap is duidelijk geen eindpunt. Er zou weer toekomst mogelijk zijn in het van oudsher beloofde land. Jeruzalem en de Tempel zouden weer opgebouwd kunnen worden. En de ene, de God van Israël, liet zich op een nieuwe, verrassende wijze kennen, nota bene gebruikmakend van een vreemde, heidense vorst, zonder dat die zich daar bewust van was. 

In het Evangelie willen de farizeeën “Jezus in zijn eigen woorden vangen”. Dus sturen ze een wonderlijk gezelschap op hun af: leerlingen van de Farizeeën , die tegen die jaarlijkse belasting aan de Romeinse bezetter waren en de Herodianen, de partijgangers van de dynastie van Herodes, die meedoen met de Romeinen.

Hun vraag aan Jezus lijkt onschuldig: ‘Zeg ons dan wat U hiervan vindt: mag men belasting betalen aan de keizer of niet?’ Ze hopen er op dat wat Jezus ook antwoord, het zal Hem in het nauw brengen. Maar dat gebeurt niet. 

Jezus relativeert de betekenis van belasting zonder weigering te bepleiten en stelt er een ander belang boven: doen wat God van ons vraagt.

Jezus' antwoord is meer dan een strikvraag ontwijken. Hij vraagt om een munt en stelt vervolgens de beslissende vraag: “Van wie is deze afbeelding en het opschrift?” Ze antwoorden: “Van de keizer.” Dan zegt Hij: “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat aan God toebehoort.”

Hij stelt de vraag aan de orde hoe je je vanuit je geloof opstelt in de politieke realiteit. In zijn antwoord moet Hij eerst de val onklaar maken die zijn tegenstanders Hem bereid hadden, maar het zal voor iedereen duidelijk geweest zijn in welke richting Jezus verder denkt. Tijdens zijn leven had Hij namelijk allang stelling ingenomen: als je doet wat God van je vraagt, gaat de nood van mensen altijd boven wetten en andere formele regelingen. Dit bracht Hem in direct conflict met de Joodse religieuze autoriteiten en uiteindelijk ook met de Romeinse overheid. Het is een prijs die Hij heeft willen betalen.

Jezus herinnert ons eraan dat er iets is wat dieper gaat dan onze nationaliteit, onze politieke overtuiging of onze maatschappelijke positie. Ons leven behoort uiteindelijk aan God!

Dit weekend vieren wij de honderdste Wereldmissiezondag. Honderd jaar lang worden katholieken wereldwijd uitgenodigd om te bidden, te delen en elkaar te ondersteunen, zodat het Evangelie overal ter wereld verkondigd kan worden. Het thema van dit bijzondere jubileum luidt: “Eén in Christus, samen in missie.”

Waarom zijn wij als Christenen één? Niet omdat wij allemaal dezelfde taal spreken. Niet omdat wij dezelfde huidskleur hebben, dezelfde cultuur delen of op dezelfde manier leven. Wij zijn één omdat wij door het doopsel bij Jezus Christus horen. In Hem worden wij broeders en zusters, over alle grenzen heen.

En daarom, wanneer wij op Wereldmissiezondag onze bijdrage geven voor die bijzondere collecte voor de missie, geven wij niet zomaar geld. Wij drukken daarmee onze verbondenheid uit. Met wat wij geven in de collecte van Wereldmissiezondag, zeggen wij aan de Heer en aan elkaar: Het geloof in Jezus’ verlossing en Zijn liefde doorgeven, is ook mijn verantwoordelijkheid! De missie van Christus is ook mijn missie!

Jezus vraagt ons in het evangelie van deze zondag om aan God te geven wat Hem toebehoort. En wat behoort God toe? Niet alleen onze zondagse aanwezigheid in de kerk, niet alleen onze gebeden, niet alleen een bijdrage uit onze portemonnee. God verlangt ons hart, onze handen, onze voeten en ons hele leven. Laten wij daarom deze honderdste Wereldmissiezondag niet alleen vieren als een herdenking van honderd jaar missionaire inzet, maar ook als een nieuwe opdracht voor de toekomst.