Skip to content

Gebedsavond 1 oktober 2026, teksten van Thérèse van Lisieux

Gebedsavond 1 oktober 2026, teksten van Thérèse van Lisieux

De leerlingen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus 

We komen samen op donderdagavond, om een uur te waken zoals Jezus dat vroeg aan zijn apostelen, de avond voor zijn lijden. ‘Weest waakzaam en bid, opdat je niet op de bekoring in gaat. Blijft hier en waakt met Mij’. Een uitnodiging om mee te voelen met Zijn liefde en Zijn pijn. We overwegen de mysteries van het licht. 

1. Jezus laat zich dopen in de Jordaan. Jezus gaat in de rij staan van de zondaars, Hij daalt af in het water, in het diepste van onze menselijke ellende, van ons verdriet en onze pijn, om ons met Hem te laten opstaan als veelgeliefde zonen en dochters van de Vader, als koning, priester en profeet. Vertrouwen wij aan Maria alle doopleerlingen toe en ook de ouders die hun kinderen willen laten dopen. 

2. Op de bruiloft te Kana verandert Jezus water in wijn. Jezus is de nieuwe Adam, Maria is de nieuwe Eva. In hen wordt de oorspronkelijke orde hersteld. Vragen wij Maria om tussenbeide te komen voor gehuwden die het moeilijk hebben met elkaar en voor alle gezinnen opdat zij in deze stormachtige wereld stand mogen houden, open voor een nieuwe toekomst. 

3. Jezus verkondigt de blijde boodschap in Galilea. Bidden wij met Maria voor allen die Gods Woord verkondigen, dat zij waarheid spreken met liefde en gezag en zo genezing en bevrijding mogen bewerken voor velen. 

4. Jezus wordt verheerlijkt op de berg. Nadat Hij aan Zijn apostelen Zijn lijden had voorspeld, mogen enkelen van hen getuige zijn van Zijn heerlijkheid. Bidden wij met Maria dat wij in uren van beproeving Jezus’ nabijheid, troost en sterkte mogen ervaren. 

5. Jezus geeft Zichzelf aan ons in de Eucharistie. De Eucharistie bevat het volle vuur van Zijn liefde en alle kracht om het hart van mensen om te vormen. We krijgen in Hem een leven dat zonder ophouden bidt, dankt, liefheeft. Zoals Hij Zichzelf helemaal geeft aan ons, mogen ook wij onszelf helemaal geven aan Hem, delen in Zijn pijn om ook te delen in Zijn verrijzenis.

Thérèse van Lisieux

Thérèse heeft het charisma om de barmhartigheid van God in het licht te stellen. Zij zegt dat Gods gerechtigheid helemaal bekleed is met barmhartigheid. Dit kunnen we vanavond even bekijken. 

Thérèse schrijft: ‘welk een vreugde te bedenken dat de goede God rechtvaardig is, d.w.z. dat Hij rekening houdt met onze zwakheden en dat Hij de broosheid van onze menselijke natuur volkomen kent.’ Deze bedenking herneemt zij in een brief aan père Roulland: ‘ik hoop evenveel op de gerechtigheid van de goede God als op zijn barmhartigheid, want Hij kent onze broosheid. Hij herinnert zich eraan dat wij slechts stof zijn.’ Een rechtvaardige rechter houdt rekening houdt met verzachtende omstandigheden. Dat is het wat Jezus doet als Hij ten beste spreekt bij de Vader: ‘Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen.’  

Zoals een echte geliefde vraagt God om onze wederliefde. God wederliefde schenken is billijk en rechtvaardig, maar niet zo dat wij daardoor een schuld zouden afbetalen. Zoals Thérèse schreef aan Céline op het moment waarop zij haar zou komen vervoegen in de karmel: ‘wij zullen nooit voor Hem de dwaasheden van liefde kunnen doen die Hij voor ons deed en onze daden zullen nooit die naam verdienen, want onze daden zijn allemaal erg berekend.’ Door dankbaar te zijn bezorgen wij God een specifieke vreugde die niemand anders Hem kan geven. 

Het is waar dat zij met alle verliefden uitroept: ‘wie liefheeft, berekent niet’. Zij schrijft ook dat zij op de dag van het oordeel voor de Heer zal verschijnen met lege handen: zij vraagt Hem niet haar werken te tellen en zij doet niets om verdiensten te verzamelen, maar zij wil alleen werken om Hem plezier te doen. Toch wil zij van die goddelijke gerechtigheid het honderdvoud ontvangen als beloning. Zij is er zelfs van overtuigd dat Hij haar in de hemel niets zal kunnen weigeren vermits zij Hem op aarde niets geweigerd heeft. Zij heeft het dus goed verdiend om haar Hemel door te brengen met goed te doen op aarde. 

Juist voordat zij spreekt over haar offerande aan de barmhartige liefde schrijft zij: de oneindig rechtvaardige God die met zoveel goedheid de fouten van de verloren zoon heeft vergeven, zal Hij dan niet rechtvaardig moeten zijn jegens mij die ‘altijd bij Hem’ gebleven ben? Het is een wonderbare boekhouding die de Heer hanteert door al onze schulden in de oneindige oceaan van zijn barmhartigheid te werpen en Hij beloont honderdvoudig de kleinste glimlach die wij in het geheim van ons hart tot Hem richten. 

En Thérèse vond de gelijkenis uit van de dokter die een steen van de weg verwijdert om te vermijden dat zijn kind erover zou struikelen. Hij zou zijn zoon met liefde hebben verzorgd als hij gevallen was, maar hij verkoos om die val te vermijden. Thérèse vergelijkt zich met dit kind dat God omgeeft met een heel bijzondere bescherming, zonder dat het dit op een of andere manier heeft verdient. Zo kan zij de Heer nog meer beminnen dan indien zij zou gevallen zijn. Zo toont zij de vergissing van veel predikanten die durven beweren dat men om de Heer meer te beminnen, veel gezondigd moet hebben. Het is waar dat Jezus heeft gezegd: ‘aan wie weinig wordt vergeven, betoont weinig liefde’. Maar aan mij heeft hij niet veel maar alles vergeven!’


Gebedsteksten van Thérèse en Teresa

(Thérèse) Ik heb nood aan een hart dat brandt van tedere liefde, een hart dat mij door alles heen wil blijven steunen, een hart dat alles in mij bemint, zelfs mijn zwakheid. Een hart dat mij dag noch nacht verlaat. Ik heb nooit iemand gevonden die altijd van mij is blijven houden zonder ooit te sterven. Daarom heb ik nood aan een God die mens wordt zoals ik, om mijn broer te zijn en met mij te lijden. 

Jezus, U hebt mij gehoord, o enige Bruidegom die ik liefheb. Om mijn hart te verrukken bent U mens geworden, hebt Gij uw bloed vergoten en leeft Gij nu voor mij in de eucharistie. Al kan ik uw aangezicht niet zien en uw stem niet horen, ik kan leven van uw genade en gaan rusten aan uw Hart. Want Uw hart is er voor mij alleen, zoals ook het mijne er is alleen voor U. 

Ik wil alleen nog werken uit liefde voor U, om U plezier te doen, uw Hart te troosten en zielen te redden die u eeuwig zullen liefhebben. Ik smeek U dat het vuur van uw liefde mij onophoudend mag verteren en de stromen van oneindige tederheid in mijn ziel laat vloeien die in uw hart besloten zijn.  Ik zou U willen troosten voor mensen die ondankbaar zijn en ik smeek U, ontneem mij de vrijheid U te mishagen. Als ik uit zwakheid toch nog val, laat dan uw goddelijke Blik mijn ziel onmiddellijk rein maken en al mijn onvolmaaktheden verteren zoals het vuur alles verteert en omvormt in zichzelf. 

(Teresa) Ik ben van U, want Gij hebt mij geschapen en mij verlost, van U, want Gij hebt mij verdragen, van U, want Gij hebt mij geroepen en zo op mij gewacht, van U, omdat ik toch niet verloren ging: Wat wilt Gij met mij doen? Mijn tedere liefde, hier ziet U nu mijn hart, ik leg het in uw handpalm neer; Mijn lichaam, mijn ziel, mijn leven, mijn diepste genegenheden; Wat wilt Gij met mij doen? 

O leven, dat aan allen het leven geeft, weiger mij het zo heerlijke water niet dat Gij belooft aan wie het vragen. Heer, ik verlang het en vraag het. Ik komt tot U. Want dit is het ware heelmiddel voor de ziel, door U gewond. O levende bronnen van de wonden van mijn God! Hoe overvloedig stroomt gij altijd voor ons behoud.