Skip to content

Gebedsavond 4 juni 2026, Sacramentsdag : teksten van Teresa van Ávila en Thérèse van Lisieux

Gebedsavond 4 juni 2026, Sacramentsdag : teksten van Teresa van Ávila  en Thérèse van Lisieux

Blijf bij ons, Heer, want het wordt avond. 

We willen bij de Heer blijven, aanwezig in de Eucharistie. We mogen Hem gezelschap houden, Hem troosten, met ons hart bij Hem zijn. In de eucharistie is Hij voortdurend aan het werk voor ons. Voor de aanbidding laten we ons helpen door enkele gebeden en gedichten van Thérèse van Lisieux. Eerst overwegen wij de mysteries van het licht.                        

1: Jezus laat zich dopen in de Jordaan. Hij neemt voor ons allen de laatste plaats in. Hij vernedert zich om ons te verheffen opdat wij de rang van kinderen zouden krijgen, kinderen van God. De heilige Geest zalft Hem met tederheid en kracht om zijn zending te vervullen. Door het doopsel zijn ook wij koning, priester en profeet. Vragen wij Maria om hulp opdat alle gedoopten hun zending zouden behartigen. 

2: de bruiloft te Kana. Maria nodigt ons uit: Doe maar wat Hij u zeggen zal. Als wij de kruiken vullen met water, het water van onze pijn, onze gebroken relaties, onze tekorten, onze onmacht, onze angsten, kan Jezus dit water veranderen in wijn van liefde en verbonden-heid. Vertrouwen wij aan Maria toe, al onze ellende en die van onze medemensen. 

3: Jezus begint zijn prediking in Galilea: Wij vragen aan Maria dat de Geest ook ons bezielt om woorden te kunnen spreken van waarheid die oproepen tot geloof en bekering en die onze christelijke gemeenschappen opbouwen. Zo mateloos schenkt God zijn Geest, dat mensen Gods eigen woorden kunnen spreken. 
     
4: Jezus’ verheerlijking op de berg van de gedaanteverandering: We vragen Maria dat Jezus ook ons zou meenemen op de berg om de nodige troost en bemoediging te ontvangen voor onze zending, dat wij in Jezus’ heerlijkheid kracht zouden vinden om onze aardse tegenheden te kunnen doorstaan. 

5: Jezus geeft Zichzelf aan ons in de Eucharistie. We vragen Maria om de genade van diep inzicht in de Eucharistie, bron en hoogtepunt van christelijk leven. In de hostie schenkt Jezus zichzelf aan ieder van ons persoonlijk. We krijgen in Hem een leven dat zonder ophouden bidt, dankt, liefheeft alsof Hij niemand anders had op deze wereld om lief te hebben. Ook zijn pijnen en zijn leed schenkt Hij aan ieder van ons persoonlijk. In de communie mogen wij Hem ontvangen, ons met Hem verenigen, ons aan Hem geven en met Hem één worden van wil en verlangen. 

Teresa van Ávila

In haar boek Weg van Volmaaktheid wijdt Teresa van Ávila enkele hoofdstukken aan de bede uit het Onzevader: "Geef ons heden ons dagelijks brood". Teresa legt dit 'brood' niet zozeer uit als materieel voedsel, maar in de eerste plaats als de Eucharistie. Haar toon is hier vurig, intiem en diep mystiek. 

We halen enkele meest markante passages uit die hoofdstukken aan. Jezus wist hoe zwaar het leven op aarde voor de mens zou zijn en daarom besloot Hij om tastbaar bij ons te blijven onder de gedaante van brood en wijn: "Hij wist immers hoe pijnlijk het voor de zielen zou zijn gescheiden te moeten leven van hun Goed. [...] Hij zag in dat zijn liefde er niet mee instemde om hen zo alleen te laten. En zo besloot Hij bij hen te blijven. En omdat dit openlijk niet kon gebeuren, opdat de zwakheid van onze natuur er niet door zou worden afgeschrikt, behaagde het Hem zich te verbergen onder de gedaante van zoiets alledaags als brood." Teresa benadrukt ook dat we de Heer zich in de Eucharistie op een heel eenvoudige en directe kunnen benaderen: "Onder die gedaanten van brood kunnen we Hem naderen. Want als de Koning zich vermomt, lijkt het alsof we Hem kunnen benaderen zonder al te veel plichtplegingen en ceremonies: door zichzelf te vermommen, heeft Hij zich er als het ware toe verplicht dit te verdragen." Teresa legt ook uit dat de Communie niet alleen de ziel voedt, maar ook een krachtige uitwerking heeft op ons hele wezen, inclusief onze lichamelijke zwakheden. Ze deelt haar persoonlijke ervaring mee: "Denkt u dat dit allerheiligste voedsel geen overvloedige voeding is, zelfs voor het lichaam, en een krachtig medicijn voor lichamelijke kwalen? Ik weet zeker dat dit zo is. Ik ken een persoon die aan ernstige ziekten leed en vaak grote pijn had; en die pijn werd in een flits weggenomen en zij werd weer helemaal gezond." Teresa waarschuwt haar zusters om na het ontvangen van de Eucharistie niet meteen met hun gedachten ergens anders te zijn, omdat dit hét moment is van intieme aanwezigheid: "Laten we zo'n uitstekende tijd om met Hem te spreken niet verliezen als het uur na de Communie. We hoeven Hem niet ergens ver weg te gaan zoeken. Want we weten dat, totdat de gedaanten van het brood zijn verteerd, de goede Jezus bij ons is. Laten we deze prachtige kans dus niet voorbij laten gaan, maar tot Hem komen." Teresa maakt een scherp onderscheid tussen het overwegen van scènes uit het verleden (zoals de kruisiging) en wat er gebeurt tijdens de Eucharistie. De Communie is geen herinnering, maar een actuele werkelijkheid: 

"Tenzij we dwaas willen zijn en onze geest willen sluiten voor de feiten, kunnen we niet veronderstellen dat dit het werk van de verbeelding is – zoals wanneer we aan de Heer aan het Kruis denken en ons vanbinnen voorstellen hoe die dingen gebeurden. Dit is iets wat nú gebeurt; het is absoluut waar." 

Voor Teresa is de Eucharistie de ultieme troost in de beproevingen van het aardse leven. Ze nodigt ons uit om de Communie niet uit gewoonte te ontvangen, maar met een intens bewustzijn van de levende aanwezigheid van Christus in het eigen binnenste. 

Enkele gebedsteksten van de heilige Thérèse: 

O mijn welbeminde, hoe zie ik U zachtmoedig en nederig van hart onder de sluier van de witte Hostie! Om mij de nederigheid te leren kon U zich niet dieper neerbuigen. Om Uw liefde te beantwoorden wil ook ik ernaar verlangen dat mijn zusters mij altijd op de laatste plaats zetten en het goed tot mij laten doordringen dat dàt de plaats is die mij echt toekomt. 

Ik smeek U, mijn goddelijke Jezus, mij elke keer een vernedering te overzenden wanneer ik probeer mij boven anderen te stellen. Ik weet, o mijn God, dat U de trotse ziel naar beneden haalt, maar aan hen die zich vernederen schenkt U een eeuwigheid van glorie. Ik wil me dus op de laatste plaats houden en delen in Uw vernederingen om met U deel te hebben aan het hemels koninkrijk. Maar, Heer, mijn zwakheid is U bekend; elke morgen neem ik het besluit de nederigheid te beoefenen en ’s avonds beken ik dat ik nog veel fouten van trots heb begaan. Bij deze vaststelling ben ik bekoord mij te ontmoedigen, maar ik weet, dat ook de ontmoediging hoogmoed is en ik wil op U alleen mijn hoop stellen. 

Ach! ik kan niet zo dikwijls de heilige communie ontvangen als ik dit verlang, maar, Heer, bent U niet Almachtig? … Blijf in mij zoals in het tabernakel, verwijder U nooit van Uw kleine hostie… Ik bied mij aan als brandoffer voor Uw barmhartige liefde en smeek U mij onophoudend te verteren. Laat de stromen van oneindige tederheid die in uw hart besloten zijn overvloeien in mijn ziel. Ik wil hier beneden geen verdiensten verzamelen voor de hemel, ik wil werken voor Uw liefde alleen, met de enige intentie U plezier te doen, Uw H. Hart te troosten en zielen te redden die U eeuwig zullen liefhebben. 

"Mijn Hemel in de Hostie" 

"Als ik 's avonds de kerk verlaat, blik ik nog eenmaal om naar de tabernakel. En in mijn hart zeg ik tot U, mijn Jezus: 'O mijn God, zie, de dag is weer voorbij. Ik ga nu rusten, maar mijn liefde rust niet. 

Heer, laat een straal van uw liefde heel de nacht over mij waken. En als de zon morgen weer opgaat, laat mij dan opnieuw ontwaken met uw loflied op mijn lippen.' 

U bent de God die Zich verbergt onder de gedaante van brood, het witte Brood dat mijn ziel voedt. In deze heilige Hostie bezit ik alles: U bent mijn rijkdom, mijn vrede, mijn geluk. Hier op aarde is uw liefde mijn enige steun, U bent mijn Hemel in de Hostie."