| |
"Een kleine profeet van Gods
grote liefde"
het leven van de
karmeliet

|
| |
 |
| |
|
Als ik je nu het verhaal vertel van het leven van een
karmeliet, dan kun je dat gewoon niet losmaken van het verhaal van daareven.
Want karmelieten en karmelietessen : het zijn toch broers en zusters van elkaar.
We behoren tot hetzelfde gezin. Teresia van Avila, noemen we graag : onze
heilige moeder, en Johannes van het Kruis : onze heilige vader. In ons leven
klopt hetzelfde hart. Toch zul je merken dat dit verhaal eigen accenten legt.
Hetzelfde Karmelideaal wat anders belicht.
|
| |
Je mag er zijn |
| |
|
Heb je ook dat verlangen naar liefde en gaafheid? Beminnen en bemind worden voor
eeuwig. Als mens zoek je Iemand die je absoluut garandeert : "jij mag er zijn
voor Mij — Ik ben er voor jou —". Dit verlangen naar God, naar ècht leven met
Hem, mag je als karmeliet in jezelf erkennen. God liefhebben, omdat Hij jou het
eerst heeft liefgehad. Door dit verlangen naar liefde werkelijk in jou toe te
laten, word je meer jezelf, een meer bevrijde mens.
Het begint met de weg naar binnen : het bidden. Geen sprong in een duistere
leegte, maar een samenzijn met God, je Vriend. Langs de weg van het bidden, word
je teruggebracht naar de bron van levend water. Je mag bij God jezelf ontdekken
en aanvaarden. En ook de mensen en de wereld krijgen een nieuw gezicht.
|
| |
 |
| |
Zo iets moois als mystiek |
| |
|
Zo verlangde Teresia van Avila voor God aanvaardbaar te zijn, God lief te
hebben. Al had ze haar fouten en gebreken. Persoonlijk heeft ze ervaren dat zij,
dank zij de genade van God, méér was dan een zondares. Ze heeft ervaren dat God
haar liefhad zoals ze was, en haar heiligde. "God in mij en ik in God" : het is
de verwoording van een diepe geloofservaring van Teresia van Avila. Haar
levensgeheim. In 1571, een tijd vol beslommeringen om haar kloosterstichtingen,
schreef ze in haar Gewetensbrief 15: "Ik vond dat mijn ziel geheel doordrenkt
werd met de Goddelijke tegenwoordigheid; zoals ik een spons zie zwellen door het
opzuigen van water ; zo genoot mijn ziel op een bepaalde wijze in haar binnenste
en bevatte zij in zich de drie Goddelijke Personen. Het scheen me toe dat deze
Drie Personen in mijn ziel waren en dat ik hen daar zag, en dat zij zich daar
meedeelden aan ieder schepsel zonder uitzondering, terwijl zij ook in mij bleven
vertoeven." Dit is een mystieke ervaring van Teresia. De vervulling eigenlijk
van Jezus' woord : "Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden ;
mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem
nemen" Goh. 14,23).
Mystiek dus. En niet enkel voor Teresia. Het ligt aan de horizon van ieder
christelijk leven. Het is de zomer die op de lente volgt. De uitbloei van de
doopselgenade in je hart. Het leven als karmeliet is uitdrukkelijk en zeer
bewust afgestemd zijn op de mystieke ervaring van God. Op de persoonlijke
ontmoeting tussen God en jou, die uitbloeit tot een liefdevol kennen van God,
tot een onmiddellijk ervaren in geloof van de intieme vereniging met Hem.
En zoiets moois is een vrije gave van God, waar je je voor geschikt kunt maken.
Als karmeliet weet je je geroepen te leven naar de kern van je christen zijn :
God gaarne zien, Hem liefhebbend schouwen, stil en rustig. Hem zo dieper leren
kennen. Contemplatie, noemt Teresia dat. In haar meesterwerk "Innerlijke Burcht"
(V, 1, 2) schrijft ze : "Wij allen (in de Karmel) zijn geroepen tot het gebed en
de beschouwing (contemplatie). Want dit is onze oorsprong, van dit geslacht
stammen wij af, dat van onze heilige vaders van de Berg Karmel, die in grote
eenzaamheid en afstand tegenover de wereld die schat zochten : de kostbare parel
van de beschouwing".
|
| |
De polsslag van de Karmel |
| |
|
Als karmeliet stel je je open voor die ervaring, die mystieke contemplatie. Je
leven wordt één lang verlangen naar het tastbaar worden van Gods liefde.
Een oude tekst uit het Karmelmilieu van de 14e eeuw vertelt over het dubbel doel
van het karmelietenleven : "Met de hulp van Gods genade, bereik je het eerste
doel door eigen inspanning en beoefening van de deugd. Het bestaat hierin : God
een heilig en zuiver hart aanbieden dat vrij is van elke zonde. Het tweede doel
van deze levenswijze wordt je als loutere gave geschonken. Het bestaat hierin,
dat je niet alleen na je dood, maar reeds in dit sterfelijk leven, in je hart en
je geest enigszins de kracht van de goddelijke tegenwoordigheid en de zoetheid
van de hemelse glorie smaken en ervaren mag" (Boek van de eerste monniken,
hoofdst. II).
Dit is de polslag van de Karmel. Een mystieke traditie die haar altijd op weg
heeft gezet. Als karmeliet ben je naar je diepste wezen een man van
contemplatie. Alle grote figuren van de Karmelorde, doorheen haar acht eeuwen
geschiedenis, hebben in hun taal en cultuur dit mystiek ideaal hoog gehouden. Er
is veel gegroeid in de Karmel sinds het prille begin rond 1200. Maar ook als
contemplatief-apostolische orde blijft in haar profiel het mystieke ideaal de
voornaamste trek, die haar van andere religieuze gemeenschappen onderscheidt.
Christelijke mystiek is geen strovuur van voorbijgaand enthousiasme. Geen
bezinnen in de leegte. Maar het ervaren van de ontzagwekkende werkelijkheid dat
God leeft, je bemint en engageert. De mystieke ervaring van Teresia van Avila,
Johannes van het Kruis en zoveel anderen is mogelijk. Zij het dan voor een hoge
prijs, langs een weg met vele stadia van zuivering voor je hart. In de mystieke
vereniging met God leef je bewust mee op het ritme van Gods drieëne leven, Je
geloof wordt verlicht. Je liefde omgevormd. Bij dit alles is het lijden niet
afwezig. De donkere nacht. De zwarte sneeuw. Maar ook dan weet je : "Hij houdt
van mij". De pijn wordt dragelijk. Zij zuivert je. Zij wekt in jou een
zelfvergeten liefde, een nieuwe energie. Die breekt naar buiten en maakt van je
een mens die roemen kan op zijn kwetsbaarheid en zwakheid : "als ik zwak ben,
ben ik sterk" (2 Kor. 12,10).
|
| |
|
| |
Een gunstig menselijk milieu |
| |
|
Als je een karmelietenklooster bewoont, voel je aan dat het hele menselijke
milieu die mystieke ontmoeting met God zo goed mogelijk wil begunstigen. Alles
is er ook op gericht dat geen hinderpalen worden gesteld. In het huidige
levensritme is het gevaar niet zo denkbeeldig dat je je laat overspoelen en
volstoppen door indrukken allerlei. Zo kan je innerlijke weerbaarheid worden
aangevreten. Zal het openstaan voor die goddelijke Vriend er dan niet onder
lijden?
Vandaar doe je als karmeliet een radicale keuze in wat tot je kan komen. Je
onthecht je bewust. Waarom? Om de grote krachten van je hart te kunnen aanboren,
om God te kunnen vinden. Vandaar merk je in de Karmel de nadruk op soberheid in
huisvesting, kleding, voeding en communiecatiemedia (geen teevee).
Om Gods stem te horen, hebben de karmelieten steeds de eenzaamheid en de stilte
opgezocht. Hun sobere kloosters zijn huizen van gebed. "Het diepste leven is een
schuwe hinde, die vlucht voor geraas en luide gezichten"
(H.R. Holst-Van der Schalk).
Als karmeliet kun je veel alleen zijn. Je hebt je eigen cel of leefruimte : een
heel eenvoudig kamertje. "Een cel is maar een kleine ruimte, maar de stilte
maakt ze wijd als de woestijn". Wanneer je "op cel" bent, is de ene liefde van
Jezus Christus de band tussen jou en al je broeders, tussen jou en heel de
mensheid. Dit alleen-zijn is een vruchtbare tijd om je door God te laten doen.
Een tijd voor je persoonlijke geestelijke lezing, vooral de H. Schrift en de
Karmel-auteurs. Een tijd voor studie. Een tijd om door je werk de gemeenschap
van dienst te zijn of om je pastoraal engagement voor te bereiden.
|
| |
Aan de hand van Vader |
| |
|
Het menselijk samenzijn in een Karmelklooster krijgt door die keuze voor God een
andere, rijkere dimensie. Zo komt er veel tijd vrij voor het samen-bidden. In de
Karmel is bidden, urenlang bidden, het voornaamste dat we samen doen. Ook in een
karmelietenklooster is er dagelijks tweemaal een uur stil of inwendig gebed in
gemeenschap voorzien. Een bidden "in het verborgene". Een intiem
vriendschappelijk samenzijn met God. Niet alleen twee uur wil je bidden, maar
"dag en nacht", "altijd". Een voortdurende grondstroom van bidden. Als karmeliet
probeer je te leven in Gods tegenwoordigheid. Aan de hand van Vader. In
liefdevolle aandacht. Je kijkt op naar Vader, van wie je de hand gelovig in de
jouwe weet. Je bent verbonden met de Heer. Je hebt oog voor Hem. Je dankt God,
vraagt om zijn hulp. Je legt gewoon je hart voor Hem open. Je leert steeds beter
leven onder zijn liefdevolle blik. Ook op donkere dagen, of als je je eenzaam
voelt, verloren of zondig. "God, U bent er!" Heel liefdevol aanwezig. Een beeld
in de kloostergang, de klok die luidt, een bijbeltekst op je tafel : je laat je
helpen door eenvoudige middelen om in zijn aanwezigheid te leven.
Karmeliet zijn, is geboeid worden door Jezus. Steeds vaker bij Hem willen zijn.
Want je hebt lief. Lange tijd lijkt het alleen de vrucht van je eigen toeleg.
Maar er komt een tijd dat je je aangetrokken voelt, opgetild, gevangen,
overweldigd door een "te grote liefde". Je ervaart de Geest die in jou bidt. Die
aanwezigheid "wist" je vroeger in geloof. Nu "ervaar" je ze in geloof. In het
begin is er misschien nog aarzeling, maar er komt een uur, vroeg of laat, dat je
niet meer aan de ervaring van zijn liefde twijfelen kunt : ie bent zelf
binnengeleid in het boeiende land van de mystiek.
"Alleen voor wie in eenvoud bidt, opent God de deur van zijn liefde", schrijft
Teresia van Avila. Mystici zijn er veel te weinig. Niet God heeft daaraan de
schuld. Want volgens Johannes van het Kruis staat God als een zon boven jou, om
zich aan je mee te delen. Open dan de deuren en de vensters van je innerlijke
zelf. Anders kan de zon van zijn liefde niet binnenstralen.
Als karmeliet wil je geen perken stellen aan Gods vriendelijk licht. Je probeert
een en al gastvrijheid te zijn voor Hem.
|
| |
 |
| |
Je wordt doortrokken van liefde |
| |
|
Zoals de zee een golfslag heeft, en ebbe en vloed kent, zo is je gebedsleven als
karmeliet noodzakelijk gedragen door de sterke tijd van de Eucharistie. Elke dag
leef je van Gods bevrijding, nu reeds midden onder ons. Je viert de opbouw van
de gemeenschap van broeders en zusters rond de Heer. Je bent in aanbidding om
Gods blijvende tegenwoordigheid. Je beluistert de oproep tot engagement, tot
offerbereidheid, tot liefde ook als het pijn doet! Want voor Teresia van Avila
richt het bidden zich tot Jezus, in de concreetheid van zijn woord, zijn
sacramenten, zijn Kerk.
Met de gemeenschap van je broeders kom je dagelijks regelmatig samen om de lof
van Christus aan de Vader, ingezet in de Eucharistie, verder door te zingen in
de psalmen. Karmelieten houden van een eenvoudig kerkelijk getijdengebed.
Zo beleef je de cultuur van het bidden. In een Karmelklooster "zit het gebed in
de muren, zoals rook in een amberen pijp" (G. Bomans). Natuurlijk ben je ook
graag samen bij de maaltijden. Karmelieten eten meestal in stilte. Want "niet
van brood alleen leeft de mens, maar van ieder woord dat komt uit Gods mond" (Mt.
4,4). Een van je broeders leest tijdens de maaltijd voor uit de H. Schrift, of
uit een karmelitaans of een ander religieus boek. Een uur of zo ontspanningstijd
's middags of 's avonds is er ook bij. Je praat met je broeders. Karmelieten
kijken niet op een lach min of meer, dat is bekend. De Karmel is geen burgerlijk
nest, maar ook helemaal geen ijskelder. Wel een gemeenschap van eenvoudige
goedheid en echte menselijkheid. Teresia spoort aan : "zoek uit hoe je anderen
vreugde kunt geven en hen kunt dienen".
In regelmatige bijeenkomsten wordt de geestelijke opbouw van de leefgemeenschap
nog sterker ter harte genomen. Want karmelieten zijn mensen onderweg : je
bestijgt de "Berg Karmel" en gaat de "Weg van volmaaktheid". Je bent er nog
niet. En de liefde, die het middelpunt is van het gebed, bewijst zijn
authenticiteit in naastenliefde, in vergeving schenken en ontvangen
|
| |
 |
| |
Zo draag je rijke vrucht |
| |
|
In je leven als karmeliet steekt een flink stuk gratuïteit. Je bent
weggeschonken aan God. Een eerste dienst die je aan je medemensen bieden kunt is: gewoon jezelf zijn, verbonden met God. Je beleeft zo een diepmenselijke waarde
die misschien niet onmiddellijk nuttig is volgens de regels van het moderne
management. Maar je weet je één met de mensheid in evolutie, met de nieuwe
mogelijkheden die kunnen bijdragen tot een grotere menswording. Pas binnen Gods
aanwezigheid wordt die evolutie een zinvolle schepping. Op die manier de
scheppende mogelijkheden van je medemensen dóórbidden, vervullen met Gods
tegenwoordigheid : dat is je eerste taak als karmeliet.
Sterker nog : bidden is op zichzelf reeds vruchtbaar voor Kerk en wereld.
Volgens de intensiteit van je vriendschap met God. Contemplatief bidden is de
hefboom waarmee je heel de wereld kunt bewegen. De eerste apostolische en
missionaire betekenis van het Karmelleven ligt daarin. De Kerk heeft dat goed
begrepen. Teresia van Lisieux, die geen voet uit haar Karmelklooster heeft
gezet, stelde ze, naast Franciscus Xaverius, aan tot patrones van alle missies.
Haar roeping in de Karmel was voor deze jonge karmelietes : in het hart van de
Kerk liefde zijn. Gods liefde ontvangen om ze apostolisch werkzaam te laten zijn
in de mensen. Deze roeping, deze eerste dienst, heb je als karmeliet met je
zusters in de Karmel gemeenschappelijk. Het is het verborgen apostolaat van je
gebed en offer. Pater Frans Van de Velde, een Vlaams Oblaat, die met de warmte
van het evangelie diepvriesgebieden aan de Noordpool ontdooide, is rotsvast
overtuigd van de waarde van dit apostolaat. "Wat er belangrijk is voor de Kerk,
dat is: gezond verstand en de kracht van heiligen. Veertig jaar lang heeft een
karmelietes in een Vlaams slotklooster voor mij gebeden en geofferd. Dat is het
geheim van mijn heerlijk en vruchtbaar missionarisleven geweest. Ja, nu weet je
waarom ik het hier heb uitgehouden. De rest is kwestie van aanpassing!" (0.
Tanghe, Noordpoolmissionarissen, Tielt, Lannoo, 1980, blz. 95).
|
| |
Gids op de weg van contemplatie |
| |
|
Als karmeliet heb je bovendien de mogelijkheid tot een concreet pastoraal
engagement binnen en buiten je klooster. Van bij het begin van haar
Karmelhervorming heeft Teresia van Avila geestelijke begeleiders gewild voor
haar zusters karmelietessen. Priesters bezield met dezelfde Karmelgeest. Vanuit
je vriendschap, je biddende eenheid met God, groeit in je die drang om andere
mensen warm te maken voor Gods vriendschap. Vanuit de innerlijkheid kom je tot
engagement, tot uitwendig apostolaat. En je behoudt daarin je eigen karmelitaans
profiel. Bij dit specifiek karmelitaans apostolaat zal het vooral gaan om:
— mensen te laten meeleven met de Eucharistie en de gebedstijden van je
gemeenschap.
— biechtpastoraal en geestelijke begeleiding,
— leiding van bezinningsmomenten en tijden van levensverdieping,
— retraite- of recollectiedagen, conferenties over spiritualiteit,
— apostolaat van de pen : boeken, artikels of brieven,
— jongeren-begeleiding (jongeren die zoeken naar verdieping), pastorale en
missionaire inzet.
In de Kerk mag je als karmeliet voor andere mensen een betrouwbare gids zijn op
de weg van het bidden, van de contemplatie. "Contemplationem allis tradere", de
beschouwing zelf doorgeven, is een oude onvergetelijke uitdrukking om het
specifiek karmelitaans apostolaat aan te duiden. Hierbij zijn de mystieke werken
of geschriften van grote karmelitaanse auteurs vaak een onmisbare hulp. Ik denk
vooral aan de kerklerares Teresia van Avila en Johannes van het Kruis, aan
Teresia van Lisieux en Elisabeth van Dijon, aan Frère Laurent en Edith Stein.
In je leven is een groeiende harmonie speurbaar tussen de contemplatieve en
apostolische gerichtheid. Je mag het niet zo voorstellen dat je als karmeliet
bidt in functie van je pastoraal engagement. Je bidden, je beminnen en vervuld
worden door God heeft waarde op zichzelf. Wel word je vandaaruit aangezet om
herder te zijn voor anderen. Van jou wordt verwacht dat je woord heet van de
naald is, geladen met overtuigingskracht. Altijd zal er iets van de profeet Elia
in je voelbaar zijn. Terwijl je blijft luisteren naar God, spreek je zijn
profetisch woord. Je bent als een waterbekken, dat eerst volloopt, vóór het
overloopt. Geen kanaaltje dat water ontvangt en doorgeeft. Want alleen een
overstromend bekken kan, zonder leeg te lopen, van zijn overvloed meedelen. Deze
harmonie waarnaar je toegroeit, vraagt ook moed. Er is gebedskracht nodig om de
onvermijdelijke lasten en moeilijkheden te dragen. Wijsheid om jezelf te
relativeren. Want bidden als karmeliet is meebidden met Jezus, en je uitwendig
apostolaat is eenvoudig een deelnemen aan het ene bevrijdende apostolaat van
Jezus. Ook als het je schamel lijkt, als je je geestelijk dor voelt, ook als je
schijnbaar faalt, weet je in geloof dat je altijd slaagt, volgens de graad van
liefde waarmee je de mensen benadert.
Karmelieten vormen geen gemeenschap van heiligen. Maar binnen de Kerk hebben ze
een onvervreemdbare plaats. Hun eigen inbreng in de opbouw van de huidige
spiritualiteit. Ook in de jonge kerken.
|
| |
 |
| |
Ik zal je leiden naar de woestijn |
| |
|
De Karmel heeft de cultuur van de stilte en eenzaamheid steeds ter harte
genomen. Ik vertelde je reeds over het alleen zijn op cel. Ook is er in
verschillende karmels in Vlaanderen, in een afgezonderde hoek van de tuin een
"kluis" gebouwd. Een leefruimte of cel, een kapel. Wat groen er omheen. In zo'n
kluis kun je dan een tijd op bezinning gaan, om God te zoeken en je te laten
beminnen. Opdat Hij spreken kan tot je hart.
Het eremitisch aspect van je Kaneelleven kan, voor wie hiertoe geroepen is, ook
intenser beleefd worden in een kluizenaarsklooster. Van bij het begin van de
Teresiaanse Hervorming zijn er geweest. Ook in ons land vóór de Franse
revolutie. Ze getuigen van de uitzonderlijk hoge waarde die de Karmel hecht aan
het "gratis gebed", het offer, tot geestelijke opbouw van Kerk en wereld.
Voor Vlaanderen ligt de kluizenarij nu in Roquebrune (Z.-Frankrijk) omdat we
hierin samenwerken met Wallonië en heel Frankrijk. In de eenzaamheid staat een
kloostergebouw met kapel en daarrond een aantal losstaande kluizen. In zo'n
kluis leef je dan als karmeliet afgezonderd van de anderen. Alleen voor het
getijdengebed, de Eucharistie en de maaltijden, kom je samen in de kapel of het
klooster. Handwerk is er, maar geen concreet pastoraal engagement naar buiten
toe. Zo'n woestenij of kluizenarij doet natuurlijk sterk denken aan het leven
van de eerste karmelieten in de 13e eeuw op de Karmelberg. Elke karmeliet kan
zich, in afspraak met zijn verantwoordelijke, terugtrekken in zo'n
woestijn-klooster. Daar blijf je dan minstens voor een maand. En het kan zelfs
permanent.
|
| |
Geloften als groeikansen |
| |
|
In de Karmel ben je aan God bijzonder toegewijd. Zijn eigendom. Je belijdt dit
publiek door je religieuze geloften, door je professie.
Geloften zijn een vaste bedding. Een kompas dat je leven in de eerste plaats op
Jezus Christus oriënteert. Je spreekt een "ja"-woord om exclusief aan Christus
te behoren. In geloof, hoop en liefde. In gehoorzaamheid, armoede en
maagdelijkheid. Je bouwt eraan een leven lang. Je hoopt dat in de geestelijke
armoede en soberheid van je leven God zal doorbreken als rijkdom. De rijkdom van
zijn persoonlijke vriendschap. De vreugde om de meest eenvoudige dingen van het
leven. De rijkdom van een warme genegenheid van broeders. Je bent een man van
hoop. Je gelooft dat in je gehoorzaamheid aan het Evangelie, de leefregel van de
Karmel en je oversten, God zal verschijnen als vrijheid en kracht. Met een
zelfvergeten liefde, leg je de vrije beschikking over je persoonlijke
levenswandel uit handen. Om je te binden aan het beste van wat God van je wil.
Dat is echte vrijheid. Boven je eigen neigingen, met een blik vol geloof het
welbehagen van de Heer volgen. Je bent een man van geloof. Je gelooft dat in je
maagdelijke liefde God zich zal openbaren als je Bruidegom. Als volheid van
leven. Als ouverture op de hemel in je menselijk bestaan, in je menselijk
contact. Je bent een man van liefde.
|
| |
Niet zomaar een kleed |
| |
|
Karmelieten en karmelietessen dragen een wijd kloosterkleed of habijt. Het is
niet zo maar een kleed. Het is symbool van hun Godgewijd-zijn in de Karmel. Zo
beleef je het als karmeliet: je behoort jezelf niet meer toe. Je laat je
bekleden met de Heer Jezus, je door Hem beheersen. Dit lang kleed betekent een
zekere breuk met een vroeger, een ander leven. Het habijt past bij je leven van
ingetogenheid en gebed, de hele dag door. Het schenkt je als karmeliet de geest
van de profeet Elia. Het dubbel deel. Onverkort. Zoals Elisa met de mantel ook
de geest erft van zijn geestelijke vader (2 Kon. 2,1-15). Niet zomaar, magisch.
Maar in de mate van zijn ontvankelijkheid Dezelfde charismatische geest van Elia
is bron van de bezieling van de karmeliet : in stilte, in de "zachte bries",
Gods aanwezigheid ervaren. En terwijl je nog luistert naar Gods Geest, ben je
vol engagement, vol "ijver voor Jahweh" (1 Kon. 19,1-8).
Door de persoonlijkheid van de Karmelhervormers, Teresia van Avila en Johannes
van het Kruis, is de symboolkracht van het habijt nog verrijkt geworden. Ze
hebben in de 16e eeuw, met de gloed van hun Spaans temperament, de prioriteit
van het mystieke of contemplatieve gebedsideaal in de Karmelorde hersteld. Een
contemplatief gebed dat voor hen ook Kerkgericht is en mee-bevrijdend met
Christus. Karmelieten zijn "broeders van O.L.Vrouw". Op de Karmelberg hadden ze
al in de 13e eeuw een kapel gebouwd, aan haar toegewijd. Maria is je zuster en
moeder. Ze toont je hoe een mens naar God toegroeit. Hoe een mens Gods liefde
ontvangt en vrucht draagt in die liefde. Tot en met.
In die moeilijke aanpassingstijd voor de Karmelorde in de 13e eeuw, heeft Maria
aan de Generale overste, Simon Stock, haar zorg en genegenheid willen tonen. Zo
spreekt het kloosterkleed van de Karmel, en vooral het scapulier, van die
bescherming van Maria als zuster en moeder. Het scapulier is een teken, dat
Maria je helpen wil te komen tot de vereniging met God. Dat je veilig bent in
haar zorg : een kind bij haar aan huis. Maar er is ook de andere kant. Je
belofte Maria na te volgen : nederig en zachtmoedig, ontvankelijk en gehoorzaam,
ingetogen en zuiver. De witte mantel, die de karmeliet draagt op feestelijke en
plechtige momenten, wil dit nog sterker accentueren.
|
| |
 |
| |
Een thuis vinden in de Karmel? |
| |
|
Je leven is als een stroom. Het begint heel klein. Maar gaandeweg groeit het. De
bron wordt een beek. De beek een stroom. Een stroom die zoekt naar de zee. Soms
moet je leven een belangrijke wending nemen. Je voelt aan : van mij wordt echt
een levensstap verwacht. Dan is het goed eens langs je levensstroom te gaan
zitten. Je rustig te bezinnen. De vraag bij jou binnenlaten : "God, wat wilt U,
dat ik met mijn leven doe?" Het kan dat je daarbij iets voelt voor
contemplatief-apostolisch leven in gemeenschap. Voor de Karmel als huis van
gebed, als dienstbaar in de Kerk. Dan komt ook spontaan de vraag op : "Hoe kan
ik méér in contact komen met de karmelitaanse levensstijl?"
|
| |
Tijden van contactname Jongerenweekends |
| |
|
Steeds meer jongeren willen in de schaduw van een evangelische gemeenschap tot
inkeer komen. Tot een beslissing over hun toekomst. De karmelieten houden ervan
deze kans aan jongeren te bieden. Meermaals per jaar organiseren zij die
jongerenweekends. De voorbije
weekends waren een echte "ontdekking" voor velen. Met grote zekerheid zijn ze
terug de levensstroom opgegaan. Met een bewuster engagement in de Kerk en de
maatschappij. Deze weekends zijn een kans om meer inzicht te ontvangen over de
wending die je leven moet nemen. Een gelegenheid om de rijke spiritualiteit van
de Karmel te proeven. Op de achtergrond van de communiteit is er telkens een
groep paters die het weekend begeleidt en instaat voor een interessant en
gevarieerd programma. Het is een tijd van getuigenis en uitwisseling, van
gemeenschappelijk bidden, van luisteren naar de stilte en bij God vertoeven.
Een tijd van bidden, samen-zijn, ontspanning, met kans voor een persoonlijk
gesprek met een pater.
|
| |
Tijd van inleven |
| |
|
Dit is een tijd, in het verlengde van de contacttijden, waarin je het
Karmelleven van stilte en gebed, eenzaamheid en gemeenschap, nog beter leert
kennen. Een wat langere tijd of postulaat, waarin je je aanvoelen rond de Karmel,
je thuisvoelen erin, de kans geeft uit te groeien tot een vaste wil, een
beslistheid, zodat je kunt zeggen : "Ik heb voldoende zekerheid dat ik antwoord
op een roeping van God". De duur van de inleeftijd hangt o.m. af van je
vertrouwdheid met het Karmelleven : je geschiktheid voor het stille bidden, je
gemeenschapszin, de richting van je engagement voor de Kerkgemeenschap.
|
| |
Tijd van initiatie |
| |
|
Met de initiatietijd of het noviciaat begint je kloosterleven. Je wordt heel
concreet ingewijd in de karmelitaanse levenshouding. In de teresiaanse
spiritualiteit. Je leert de eisen kennen die de Karmelroeping stelt, om stilaan
volwassen lief te hebben. Geroepen zijn tot de Karmel is: in vrijheid antwoorden
op God die je kiest. Je aanvaardt in liefde de consequenties zoals ook Abraham
en Maria het deden, Teresia van Avila en Johannes van het Kruis. De initiatie in
de Karmel kan reeds beginnen vanaf je 18 jaar. Welke opleiding je later ook zult
volgen, dit noviciaat is voor iedereen gelijk.
De initiatietijd duurt minstens één jaar, maximum twee, en vindt plaats in het
Karmelklooster te Gent. Je treedt binnen in de gemeenschap van broeders: het
kloosterkleed wordt je gegeven. Het is een tijd waarin je Gods roeping in de
Karmel dieper bewust wordt. In dankbaarheid, in vreugde. Je verdiept je helemaal
in de Karmel om er menselijk en geestelijk te rijpen, om vrij "ja" te kunnen
zeggen met je geloften, op het einde van deze tijd.
Je vorming is geleidelijk. Aan jou aangepast. Want de genade van God voegt zich
naar je talenten en mogelijkheden. Je vorming die zo begonnen wordt, is in de
warmte van Gods Geest ook jouw werk. Vanuit je vitaliteit en
verantwoordelijkheidszin. Het is ook een ontwikkeling die begeleid wordt door
enkele karmelieten, die je de levensstijl aanleren. Doorheen gebed in de stilte,
en sobere liturgie, doorheen conferenties en dialoog, groei je, met hun hulp,
binnen in de Karmelspiritualiteit. Op het einde van de initiatietijd worden
geloften afgelegd van armoede, gehoorzaamheid en maagdelijkheid voor een jaar.
Deze geloften worden, gedurende minstens 3 jaar hernieuwd tot aan je plechtige
professie.
|
| |
Tijd van studie en verdere opleiding |
| |
|
 |
| |
|
Opleiding tot pater
De horizon daarbij is je keuze voor een biddend leven in gemeenschap, en
vandaaruit ook een concreet pastoraal engagement als priester. Deze
priesterstudies omvatten 2 jaar filosofie en 4 jaar theologie. De colleges volg
je in het Agripo. Het zijn de studies zoals voor andere priesterkandidaten uit
de kloostergemeenschappen van de Norbertijnen. Tevens wordt tijd gemaakt voor
gebedscultuur, persoonlijke en gemeenschapsvorming, colleges in
Karmelspiritualiteit, ontspanning, huishoudelijk werk en handenarbeid.
Zo worden je studies en verdere menselijk-religieuze vorming harmonisch
verweven. Door je opleiding binnen de Karmel zal er iets in jou groeien,
waardoor je ontmoetingen met andere mensen gekleurd worden. Je leven op een
karmelitaanse golflengte kan ook in je levensstijl, in je spreken met andere
mensen, als positief ervaren worden.
|
| |
|
 |
| |
|
Opleiding tot
broeder
Geroepen zijn tot broeder in de Karmel is : uitgenodigd worden tot een meer
verborgen en uitgesproken contemplatief leven. Tot een mariale dienstbaarheid in
de opbouw van je gemeenschap. Tot aan je plechtige professie ontvang je
begeleide vorming in de Karmelspiritualiteit. Eventueel een opleiding naar het
permanent diakonaat toe. Je dienst aan de Karmelgemeenschap kan betrekking
hebben op de liturgie; op de zorg voor de receptie, economie of administratie,
op huishoudelijke taken als : koken en tuinieren, timmeren en schilderen.
|
| |
Het volle Karmelleven |
| |
|
Naargelang je opleiding en concrete opdracht, is er, vanuit je biddend leven in
gemeenschap, mogelijkheid tot pastoraal engagement.
|
| |
Het levensritme in een
karmelietenklooster |
| |
|
6.00 |
Een uur stil of inwendig gebed in gemeenschap |
| |
|
7.00 |
Eucharistie |
| |
|
7.35 |
Morgengebed 'de lauden' |
| |
|
|
Vrij ontbijt |
| |
|
|
Apostolaat (paters) of onderricht (novicen), studie, geestelijke lezing,
persoonlijk gebed |
| |
|
11.30 |
Koorgebed |
| |
|
12.00 |
Middagmaal |
| |
|
12.30 |
Celtijd |
| |
|
|
Voor de paters : apostolaat, arbeid voor de novicen : rozenkranstientje, arbeid |
| |
|
17.45 |
Avondgebed 'de vespers' |
| |
|
18.00 |
Een uur stil gebed in gemeenschap |
| |
|
19.00 |
Avondmaal |
| |
|
19.30 |
Ontspanning |
| |
|
20.30 |
Dagsluiting |
| |
|
|
Nachtrust |
| |
|
kleine wijzigingen zijn mogelijk naargelang de omstandigheden in elke
leefgemeenschap afzonderlijk |
| |
|
|
| |
|
 |
| |
Auteur: Piet Hoornaert, ocd |
| |
|
| |
Copyright ©
Vlaamse Karmel
Burgstraat 46
9000 Gent
Tel: 032 (0)9/225 57 87 |