| |
"God vraagt niet veel, Hij vraagt
alles"
het leven van de karmelietes

|
| |
 |
| |
Het huis van de Karmel is nooit af |
| |
|
Wie in een Karmelklooster woont, voelt zich als een gebouw in de steigers. Er
steekt dynamiek en ritme in het leven van een karmelietes of karmeliet. Het is
een avontuur in geloof, hoop en liefde. Altijd is er te groeien. In hoogte en
breedte. Groei in verbondenheid met God en met de mensen. Groei in openheid naar
de mystieke vereniging toe. Naar een diepte-ervaring, waarin God zich op een
bijzondere wijze vrij meedeelt aan mensen. Waarin Hij zich laat kennen als
oeverloze liefde, in het suizen van "een zachte bries" (1Kon. 19,12). Onverwacht
en toch vanzelfsprekend. Dat is Karmel : ruimte bieden voor mystiek gebed en
engagement, in éénzelfde adem.
Elk Karmelklooster is een tuin waarin God gaarne verblijft. Want het is zijn
vreugde bij de mensen te vertoeven (Spr. 8,32). God is gelukkig als hij mensen
kan verlossen, mag omvormen in zijn liefde. Karmelieten en karmelietessen zeggen
het de profeet Jeremia na : "Gij hebt mij verleid, ik heb me laten verleiden"
(20,7). Is bevrijding, meer mens-worden, tenslotte niet de bestemming van elke
christen?
Daar wil de Karmel een geschikt klimaat voor scheppen. Een klimaat waarin
bloemen van geluk voor God gemakkelijker kunnen bloeien ! De Karmel is één lang
heimwee naar het paradijs, waar God met mensen wandelt. "In het land van de
Karmel heb Ik je binnengeleid, opdat je de heerlijkste vruchten ervan zou eten"
(Jer. 2,7).
Denk nu maar niet dat je eigenliefde niet tegenwringt! Maar als je in het huis
van de Karmel woont, leef je vanuit een ideaal. Vanuit een geloof en een groot
verlangen dat Christus de sterkste wordt. Of beter je láát Hem de sterkste
blijven in jou. En dat is een boeiend verhaal.
|
| |
 |
| |
Jezelf loslaten |
| |
|
Wanneer God je als jonge vrouw roept tot de intimiteit met Hem in de Karmel, dan
wil Hij bij jou zijn in een zwijgen dat uitdrukking is van de innigste liefde.
Maar gewoonlijk gaat aan de uiteindelijke beslissing van je ja-woord een min of
meer pijnlijke strijd vooraf. Want er is eigenlijk zoveel in jou en om je heen,
dat zich nog verzet. Waarom ik? Toch laat die innerlijke drang je niet los. Op
de meest onverwachte ogenblikken komt hij in je op. Wordt rijp overwogen.
Beurtelings betwist èn verdedigd door allerindividueelste eigenbelang. Totdat
soms plots, de wil een halve draai omslaat zoals een zoekende kompasnaald : je
hebt je richtinggevende pool gevonden en met de profeet Jeremia kun je zeggen :
"Jahwe, Gij hebt mij verleid, en ik liet mij verleiden. Gij zijt de sterkste!"
Ger. 20,7).
Er is echter moed voor nodig om dit avontuur met God te beginnen. Maar die
onkosten van de reis komen geheel op zijn rekening. Wanneer je de sprong durft
wagen als je zijn stem hoort, vind je een geluk zo groot en een vrede zo diep,
dat alle geleden pijn en moeilijkheden er hun zwaarte door verliezen. Maar... je
moet jezelf durven loslaten. Eigen normen en menselijke plannen opgeven. Deze
omschakeling zal zich langzaam voltrekken. Gods licht dringt nooit met
plotseling geweld je duisternis binnen. Hij voedt je op volgens je eigen
groeiritme. Steeds meer mag je gaan delen in zijn goddelijk leven. Uiteraard is
daartoe de menselijke medewerking nodig, want de genade bouwt op de natuur. Dit
laatste wist de Karmelhervormster Teresia van Avila heel goed. Daarom vroeg zij
van haar volgelingen, behalve apostolische motieven en een intens
verlangen naar het samen-zijn met de Heer, ook nog, dat zij goed konden eten en
slapen, hartelijk lachen en een gezond verstand meebrachten. Toen eens een
moeder van een aspirante de nadruk legde op de vroomheid van haar dochter, vroeg
Teresia onmiddellijk : "Maar heeft zij ook verstand? Want, zo voegde zij er
schalks aan toe, wij kunnen hier de mensen wel in vroomheid onderwijzen, maar
kennen nog geen middel om hen verstand bij te brengen".
|
| |
Een kleine woestijn |
| |
|
De echo van de Karmelberg stuwt je ook nu nog als karmelietes naar het grootse
avontuur : in geloof, hoop en liefde op tocht te gaan naar God en de mensen.
Geïnspireerd door de grote profeet Elia, wil je, zoals hij, helemaal van God
leven. Naar het voorbeeld van Maria, de contemplatieve bij uitstek, houd je je
in de schaduw. Je leeft bij de Bron, waaraan alle leven ontspringt. In het hart
van Christus, in het hart van de wereld. En is het feitelijk niet in deze diepte
dat elke roeping zinvol wordt?
Maar als karmelietes heb je niet de afzondering om de afzondering gekozen, je
hebt voor Iemand gekozen : Christus. En Hij heeft je geroepen om in eenzaamheid
te leven. "Ik zal je lokken naar de woestijn en daar spreken tot je hart" (Hos.
2,16). Hierin ligt de eigenlijke reden van de strenge afzondering of karmelslot
: het schept een kleine woestijn temidden van onze grootsteden. Afgezonderd? Ja!
Afgescheiden? Neen! Als je achter de hoge karmelmuren een aangename rust of een
beschutting voor je verantwoordelijkheid meent te vinden, zal je bedrogen
uitkomen. Als je de zorgen en het leed van de wereld zou willen ontvluchten, zul
je door die eenzaamheid zelf spoedig weer worden uitgestoten. Neen, je bent niet
afgescheiden van de wereld : de verbondenheid met Christus voert als vanzelf tot
de medemensen. God kan daarom aan enkelen vragen geen andere roeping te hebben,
dan : in de Kerk en de wereld een luisterbereid hart te zijn om Gods Geest te
ontvangen, opdat Christus' liefde in onze wereld ontkiemen kan, en geheel de
mensheid naar de Vader wordt gericht. "Kom nu eens mee naar een eenzame plaats"
(Mc. 6, 31). Een contemplatieve Orde beantwoordt deze uitnodiging van Christus.
Zo heeft ze haar eigen plaats, haar eigen charisma in de Kerk.
|
| |
 |
| |
Elke morgen weer nieuw |
| |
|
Een Karmelgemeenschap bestaat gewoonlijk uit niet meer dan 21 zusters. Want
Teresia legde zeer sterk de nadruk op een familiegeest, waardoor de zusters
elkaar goed zouden kennen en aanvaarden, zoals dat in een goed gezin gebeurt. Je
hebt elkaar niet gekozen, maar ontdekt dag na dag, dat je aan elkaar gegeven
bent. Maar het voor-elkaar-zijn in het samen-zijn voor God, wordt niet uit eigen
kracht bereikt. Alleen het geloof in de voortdurende aanwezigheid van de
verrezen Heer is de bron waaruit ieder haar kracht put : "De bidplaats worde in
het midden van de cellen gebouwd. Daar moet ge iedere morgen samenkomen om de H.
Mis bij te wonen" (Karmelregel).
Met de eucharistische Christus in het midden, is de Karmelgemeenschap vol
biddende aandacht voor God en de mensen. In dit gebedskoor ben je als
karmelietes tegelijk eenzaam met God en gemeenzaam met de anderen. Je gelooft in
de doeltreffendheid van je gebed. Want door de liefde weet je je verbonden met
de scheppende Geest van God. Door die liefde van een kleine mens is de machtige
invloed van God werkzaam in de wereld. Elke morgen is er die uitnodiging van
Christus : "Geef je biddend voor mijn Kerk".
Zo wordt de Heer naar de uithoeken van de aarde gezonden. Zo doorademt de
karmelietes de hele wereld met de liefde van Christus. Dit geloof geeft dynamiek
aan je leven, maakt je elke morgen weer nieuw! Zevenmaal per dag legt de
gemeenschap haar bezigheid neer en neemt de tijd om — als een kleine
miniatuur-wereldkerk — God te loven, te danken en zijn genade af te smeken :
"Jeruzalem, op uw muren heb Ik wachtposten uitgezet ; heel de dag en heel de
nacht, nooit mogen zij zwijgen" (les. 62,6). Zo willen de karmelietessen de
ononderbroken lofzang van het Godsvolk voor de onzichtbare Aanwezige voortzetten
: "Laat ons de Heer prijzen, mijn zusters... en niet moede worden de lof te
zingen van een zo grote Heer en Koning..."
(Teresia van Avila).
|
| |
"Dag en nacht waken in gebed" |
| |
|
In de Karmel krijgt dit leven in en met Christus een geheel eigen nuance : het
stil inwendig gebed. Iedere dag wordt aan dit liefdevol "van hart tot hart"
aanwezig zijn bij de Beminde twee uur gewijd. Een uur in de vroege morgen, een
uur in de avond na volbrachte dagtaak. Als karmelietes leef je in het gelukkig
besef : "God heeft mij nodig voor de Kerk en de wereld." In die stille momenten
wil je dan ook geheel voor Hem zijn. In onverdeelde liefde. En in zijn goedheid
laat God zich soms ervaren. Hij wordt de grote Aanwezige, de Nabije. Je zoeken
wordt vinden.
"0 Laaie Vlam van liefde, O Gij die teder wondlekt, mijn ziel in 't allerdiepste
van haar midden ! Nu Gij niet meer doet huiv'ren, voleind nu, als 't uw wil is,
en scheur de sluier van dit zoete treffen." (Johannes van het Kruis)
Je weet je bemind en dat maakt gelukkig. Het geeft zin aan heel je bestaan. God
is je genoeg! Als verveling of vermoeidheid je soms overvalt, of wanneer je de
Heer schijnbaar afwezig voelt, dan zucht je : "Wat is het moeilijk, Heer, nu in
gebed voor U te staan". Met Johannes van het Kruis mag je dan vragen :
|
| |
|
"Waar houdt Ge U verborgen,
Beminde, en laat mij in zuchten achter? Gelijk een hert ontvlucht Ge
nadat Ge mij gewond hebt;
ik liep en riep U na en Gij waart spoorloos".
|
| |
|
Dan wordt je gebed een smeken, een echte stem in de woestijn : "Mijn hart is als
een dorre woestijn, Heer, Gij zijt de Bron van levend water, Gij zijt de
vervulling". En met de druppel die je in dit leven van Hem hier mag proeven,
moet je je dorst naar Hem levend houden (Johannes van het Kruis). |
| |
 |
| |
"Een of ander werk verrichten" |
| |
|
Op ons allen rust ook de zorg voor het dagelijks brood. In verbondenheid met al
je broers en zusters, waar ook ter wereld, tracht je door handen- en
geestesarbeid in het levensonderhoud te voorzien. Je werkt daaraan mee volgens
de gaven die je geschonken zijn. In het leven van alle dag, met zijn steeds
terugkerende huiselijke bezigheden of andere werkzaamheden, draag je de last van
de menselijke arbeid, de vermoeienis en soms het verdriet van een mislukking.
"Echte armen leven stil en zonder ophef. Door handenarbeid zullen zij in hun
levensonderhoud voorzien ; God zal voor het noodzakelijke zorgen" (Teresia van
Avila).
De karmelietes weet bovendien : werken is "blijven bidden" voor wie zich niet
verliest in de activiteit, maar geboeid blijft door de aanwezigheid van de grote
Geliefde : "Het werk mag de geest niet teveel in beslag nemen en verhinderen aan
God te denken" (Teresia van Avila).
Terwijl je dan de handen uit de mouwen steekt, blijven ze toch geestelijk in
elkaar gevouwen. Dit is helemaal in de lijn van de eerste kluizenaars, die
tijdens hun weinig opslorpende bezigheden psalmen zongen, zodat het biddend
contact met God hun voornaamste bezigheid bleef. De geest die Teresia van Avila
aan haar zusters meegaf, is echter ruim en menselijk. Omwille van het gebed wil
ze de uiterlijke taak niet verwaarloosd zien : "Zo je soep kunt maken en
tegelijkertijd in Gods aanwezigheid kunt blijven, des te beter. Maar zo je door
je ingekeerdheid de soep laat aanbranden, ware het beter geweest, dat je in de
tegenwoordigheid van de soep was gebleven!"
|
| |
 |
| |
Stilte, soberheid, eenzaamheid |
| |
|
Opdat je telkens weer opnieuw je blik naar binnen zou kunnen richten, heb je als
karmelietes behoefte aan een eigen sfeer. Aan een klimaat van stilte, soberheid
en alleen zijn, om zoals Maria het Woord van God in je hart te bewaren en te
overwegen. Als je Christus in je leven hebt ervaren, verlang je naar de stilte.
Want om de stem te vernemen die in alles van God spreekt, moet je een fijn
gehoor hebben en een luisterbereid hart. "De Vader sprak slechts één woord. Dit
woord was zijn Zoon. Hij spreekt het voortdurend in eeuwig stilzwijgen en het is
in stilte dat Het beluisterd moet worden" (Johannes van het Kruis). De stilte
schept een leegte waarop God wacht om er zijn volheid te laten binnenstromen, De
stilte is dan ook de ruimte waarin Gods liefdevolle aanwezigheid zich kan
openbaren. De stilte is het geheim van de sereniteit. Daarom — zegt de
Karmelregel — "zul je met grote zorg vermijden veel te spreken en zul je het
stilzwijgen onderhouden van het einde van de dagsluiting tot het morgengebed van
de volgende dag".
Soberheid is de schoonheid van de Karmel ! Alles wordt herleid tot het
noodzakelijke : "in huisvesting, kleding, woorden en vooral gedachten" (Teresia
van Avila). Het houdt in : met lege handen alles van Hem durven verwachten. Je
leven telkens opnieuw in zijn handen leggen. Ook je zwakheid en je falen. Om
vanuit zijn onuitputtelijke barmhartigheid te leven. Het is erkennen dat God "de
eerste en de laatste" is. Dat alles geschenk is van Hem. Voor Teresia was de
materiële armoede een doeltreffend hulpmiddel om tot de ware vrijheid van de
kinderen Gods te komen. Zo kun je in haar Weg van de Volmaaktheid lezen : "Je
huis weze arm in alle opzichten. Mochten we daarin op onze Koning gelijken, die
geen ander huis had dan de stal van Bethlehem, waarin Hij geboren is en het
Kruis waarop Hij stierf". En Johannes van het Kruis schrijft ergens : "Het komt
op hetzelfde neer of een vogel aan een dunne of aan een dikke draad vastzit :
als de vogel hem niet stuk trekt, zal hij niet kunnen vliegen".
De eenzaamheid is voor de karmelietes van vitaal belang! Daarom verricht je
zoveel mogelijk je werk alleen. Iedere cel is een plekje onaantastbare
eenzaamheid. Je trekt je graag voor één dag of voor een tiendaagse bezinning
terug in een kluis gelegen in de kloostertuin. Daar mag je je tot een leegte,
tot een ontvankelijke holte laten uitdiepen om te "kluizenaren met God". Hij zal
je vervullen in de mate van je beschikbaarheid. Hier wordt dus het belangrijkste
facet van het Karmelideaal in exclusiviteit beleefd. Na deze herbronning kom je
meer leeg van jezelf en meer vervuld van God in de gemeenschap terug.
|
| |
 |
| |
Elkaar blij maken |
| |
|
Een voortdurend leven naar buiten is leeg. Een voortdurend leven naar binnen is
gevaarlijk. Maar beide samen dat is harmonisch leven. Omdat de boog niet altijd
gespannen kan blijven, staat er op de karmelitaanse dagorde 's middags en 's
avonds een ontspanningstijd aangegeven. Deze uren dragen het stempel van de
typisch-teresiaanse eenvoud en ongekunsteldheid. Iedereen is er graag aanwezig.
De een wat spraakzamer dan de ander. Maar moeten er ook geen mensen zijn die
luisteren? Terwijl elkeen een of ander werk verricht, deel je met elkaar de
vreugde, de last en de zorgen van: het familienieuws, aangevraagde intenties, en
de grote wereldgebeurtenissen. "Daar je hier met weinig bent, zullen alle
zusters delen in de beproevingen en het lijden dat een medezuster treft" (Teresia
van Avila). Juist omdat de Karmel werd hervormd door de levenslustige Teresia,
die op de cadans van de klapperende castagnetten en de rinkelende tamboerijnen
haar zusters Castiliaanse dansen liet uitvoeren, blijft bij elke
ontspanningstijd de blijde noot bewaard en op feestdagen zelfs de vrolijke.
Iedereen weet zich met haar gaven en talenten verdienstelijk te maken. Steeds
worden er weer andere verborgen talenten ontdekt. De karakteristieke
karmelitaanse vreugde en humor komen hier spontaan tot uiting. Is de humor niet
het blijde gelaat van de liefde? Ook dit zusterlijk samen-zijn staat in dienst
van het gebedsleven. Zoals het slot van een gebed dat eenvoudig uitdrukt: "Mogen
wij elkaar blij maken en ontspanning bezorgen, om U daarna weer beter te dienen
in stilte". Als kluizenaars moeten de karmelietessen eenzaam zijn, maar toch
onder elkaar even gemeenzaam als een grote familie: "Een beetje tederheid kan
geen kwaad, indien je ze tegenover allen betoont.
Soms is het goed en nodig tederheid en genegenheid te doen samen gaan" (Teresia
van Avila). Hoe innig iemand met God verbonden leeft, valt immers alleen maar af
te leiden uit haar liefdevolle nabijheid bij de naaste. Door de dag zijn er
gelegenheden genoeg om dat concreet te maken. En zijn ook het bekennen van
ongelijk of het vergiffenis vragen geen facetten van de liefde?
|
| |
Zoals Maria |
| |
|
Om beter de roeping en het leven van een karmelietes te begrijpen, moet je lang
naar Maria opzien. Ze is de intens beschouwende, de geheel ontvankelijke, de
blij gegevene. Als karmelietes ben je met Maria verborgen en zwijgend in de Kerk
aanwezig. In de eenzaamheid van je cel, bij het overwegen van Gods Woord, mag je
naast Maria gaan staan. Je doorleeft beschouwend de hoogtepunten van haar leven
: Bethlehem, Kana, Golgota, Cenakel... Dan wordt ook je hart zo groot als dat
van Maria. Je weet je moeder van velen.
Een karmelietes is ook de ontvangende. Zoals Maria sta je geheel open voor de
Verlossing in Jezus Christus. De hunker naar geluk van al je broers en zusters
draag je in je hart. Afstand nemend kun je, beter dan wie ook, peilen naar de
diepste noden van de mens van vandaag en ze voor de Heer brengen. Je neemt de
plaats in van die angstige en gekwelde mensheid. Een karmelietes wil blij geven.
Je stilzwijgen is vervuld van een scheppende waakzaamheid voor wat de Heer in
het bescheiden werk van iedere dag van je wil vragen. In lastige ogenblikken die
je ook niet bespaard blijven, is Maria's aanwezigheid je sterkte en steun :
Maria, door Uw "ja" hebt gij de wereld veranderd. Help ook mij 'ja' te zeggen.
Gij hebt ondervonden tot welke prijs
het gekocht moest worden. Leer mij dit 'ja' uitspreken zoals gij. Dan pas wordt
het leven als zinvol ervaren en bron van stille vreugde. Elke dag opnieuw !
Mogen mensen van een karmelietes iets anders vragen, dan dat zij bidt? Dat zij
levend gebed is?
Karmel. Biddend hart van de Kerk. Wijsheid van God. Dwaasheid voor de wereld.
Karmelietessen zijn er zo maar voor de Heer. Daarom zijn zij er ook voor de
mensen. Zij zijn de deur waarlangs God de wereld binnentreedt. Gelukkig dat er
nog enkelen van die dwazen gevonden worden. Zij zijn zeldzaam ! Het is een
geheim tussen God en mij...
|
| |
 |
| |
Beminnen
over heel de lijn |
| |
|
Een karmelietes is iemand die naar de gekruisigde Jezus heeft gekeken. Zij heeft
gezien hoe Hij zich helemaal wegschenkt aan zijn Vader voor de mensen. Stil
geworden bij deze liefde van Christus heeft ze zijn hartstocht begrepen en wil
ze zich wegschenken zoals Hij !
En op de Karmelberg, in de stilte, in de eenzaamheid, in het onafgebroken gebed
dat door alles heen voortduurt, leeft een karmelietes reeds, zoals in de hemel,
van God alleen. Hij die eens haar geluk zal zijn in de hemel, geeft zich nu al
aan haar, Hij verlaat haar nooit, Hij woont in haar, méér nog : de twee zijn één
! Zij is één geworden met Hem die ze bemint, ze vindt Hem overal, ze ziet Hem
stralen door alles heen ! Is het niet de hemel op aarde? En die hemel draag je
in jezelf.
|
| |
Het levensritme in een
karmelietessenklooster |
| |
|
6.00 |
Morgengetijden
Een uur stil gebed
Eucharistieviering
Koorgebed 'Terts' |
| |
|
8.30 |
Ontbijt en arbeid |
| |
|
11.00 |
Koorgebed 'Sext' |
| |
|
|
Middagmaal
Ontspanningstijd
Celtijd |
| |
|
14.00 |
Koorgebed 'Noon' |
| |
|
|
Geestelijke lezing |
| |
|
15.00 |
Arbeid |
| |
|
16.30 |
Avondgetijden 'de vespers' |
| |
|
|
Een uur inwendig gebed
Avondmaal
Ontspanningstijd |
| |
|
20.00 |
Dagsluiting |
| |
|
|
Celtijd |
| |
|
21.30 |
Nachtgetijden |
| |
|
|
Nachtrust |
| |
|
kleine wijzigingen zijn mogelijk naargelang de omstandigheden in elke
leefgemeenschap afzonderlijk |
| |
|
|
| |
|
 |
| |
|
Karmelietes zijn
is een hart-aan-hart voor heel het leven.
Het is bruid zijn van Christus.
Leven mét, altijd mét...
Het is van al je inspanningen rust vinden bij Hem,
en Hem van al zijn moeiten rust bieden bij jou!
Het is niets anders meer kunnen dan beminnen.
Beminnen terwijl je aanbidt,
een smeekgebed bent voor de wereld en jezelf vergeet.
Het is beminnen over heel de lijn.
Elisabeth Catez (22) in de karmel van Dijon |
| |
|
|
| |
|
Auteur: Piet Hoornaert,
ocd |
| |
|
|
| |
|
Copyright ©
Vlaamse Karmel
Burgstraat 46
9000 Gent
Tel: 032 (0)9/225 57 87 |