Vorming
 

 

Wanneer een jongere bij ons aanklopt om in de gemeenschap te worden opgenomen, heeft ze reeds via meerdere ontmoetingen kunnen nagaan of haar eigen motivaties en verlangens antwoord vinden in onze roeping.

De eerste stap, postulaat geheten, ligt in het verlengde van: “Kom en zie”.  Het is de tijd van het elkaar leren kennen en van het onderscheiden van de eigen karmelitaanse roeping doorheen het gemeenschapsleven.  Het postulaat duurt zes maanden tot een jaar en gaat door in het klooster dat de jongere leerde kennen.

Het noviciaat is de vormingstijd, het ingroeien in stil gebed en  gemeenschapsleven en in een beter kennen van zichzelf, het ontdekken van God. Het noviciaat loopt over twee jaar en gaat door in het noviciaatshuis. Het eerste jaar is eerder een woestijnjaar, waar relaties en activiteiten naar buiten onderbroken worden, waar de geloofservaring kan getoetst worden aan die van andere novices van verschillende instituten. Het tweede jaar is vooral apostolisch gericht met ruimte voor een concreet engagement.

Vanaf de eerste geloften spreken we van junioraat, waarbij de geloften gedurende vier ŕ zes jaar, jaarlijks worden hernieuwd, tot aan de ‘geloften voor het leven’.

Vanaf het begin van het kloosterleven leert men de jonge zuster de bekwaamheid ontwikkelen om de eigen vorming in handen te nemen. Wij zijn nooit klaar met onze vorming.  Wij moeten ons engagement een leven lang uitdiepen en erin volharden. Gans het leven brengt ons stap voor stap naar een grotere vastberadenheid om in te gaan op de liefde die ons wordt aangereikt. Wij hebben het te leren – doorheen alle levensomstandigheden – om te leven onder de bewogenheid van de Geest. Vandaar het belang van de voortgezette vorming.  De gemeenschap is hierbij een blijvende stimulans om samen hart en geest te verrijken met culturele waarden, om elkaar inzicht en verheldering bij te brengen en te bevestigen in geloof, hoop en liefde.