![]() |
|
‘Zijn’
in de wereld, aanwezig bij de mens
In dienst staan van onze broeders maakt noodzakelijk deel uit van
onze roeping. |
|
Wij zijn dus geen slotklooster. Wij werken midden in de wereld in zeer verscheiden sectoren, afhankelijk van het land, de plaats, de noden van de lokale Kerk…, volgens de mogelijkheden van de gemeenschap en van elke zuster afzonderlijk, in overeenkomst met de uren van gebed en samen-“zijn”. Waar wij ook gevestigd zijn, overal moeten wij éénzelfde verlangen koesteren: met onze naaste de onmetelijke tederheid van God ontdekken en delen. |
|
|
|
|
Gebed en inzet gaan hand in hand, met als enig doel te groeien in liefde: “Laat ons hierbij nooit vergeten dat het meest doeltreffend apostolaat van minder waarde is dan het voortgaan in liefde”.
Eerder
dan over een type van apostolaat zal men spreken over een manier
van aanwezig-zijn. |
|
|
Onder het inwendig gebed maken wij ons gereed om Gods liefde te ontvangen en uit te dragen. Het verlangen naar apostolaat moeten wij 'krijgen' van God. Het gaat om een zending die, vooraleer zij de onze is, deel uitmaakt van Gods liefdeplan over de wereld. Wij ontvangen immers van een ‘Andere’ de liefde die ons naar de anderen stuwt: wij hoeven alleen maar een doorgang te zijn, een arme die zich door God Zelf laat omarmen en verlossen. Het is de gemeenschap als dusdanig die apostolisch is. ‘Alle’ zusters zijn geroepen om met ‘heel’ hun leven over God te spreken. |
|
|
|
|
Sommigen door een rechtstreekse verkondiging van het Woord, anderen
door middel van een beroep, een stil werk of een bescheiden aanwezigheid.
Iedere zuster doet dit volgens haar eigen begaafdheid, opdracht en
beperktheden zelfs, van harte bekommerd om de verschillende taken van haar
medezusters tot de hare te maken.
Het onthaal is voor elke gemeenschap een essentieel element van ons aanwezig-zijn in de wereld: onthaal voor gebed, retraite, maar ook in alle broederlijkheid en eenvoud, vreugden en zorgen delend met al wie hier komt, elk met zijn verhaal. |
|
|
Het is de wens van onze gemeenschappen te mogen zijn: oord van ontmoeting, oord van vrede, van hoop, waar men terug op adem – op Adem – komt… Wij zijn in de wereld en de wereld is in ons. Voor ons begint het bouwen aan een wereld met meer rechtvaardigheid en broederlijkheid, elke morgen, in de ontmoeting met onze medezusters in al wat zij zijn. Het Rijk Gods kiemt dààr waar wij ons gastvrij openstellen voor de ander in zijn anderszijn, in een telkens hernieuwd vertrouwen. “Zie, Ik ga iets nieuws beginnen, het is al aan het kiemen, bemerkt gij het niet?” (Jes.43) |
| “Heer laat ons in Uw liefde wandelen, en wij zullen Uw liefde meedelen. Sta ons toe dit met grote vurigheid te verlangen, en het te vragen, de enen voor de anderen, en voor allen”. |