Icoon worden

De icoon: openbaring van het Mysterie van de Menswording 

 

 

“Icoon” = “beeld”.  Het eerste beeld dat vanaf de eerste christelijke kunst opduikt, is de orante figuur: de armen omhoog geheven naar de hemel…

De mens ervaart in zijn bestaan fundamenteel twee polen:  
enerzijds die van zegen, van het hemelse, anderzijds de verworpenheid, willekeur, het 
    aardse.  De mens is gebonden aan de aarde, maar verlangt naar God: vanuit de ervaring van gebrokenheid, klinkt de roept tot God.  Dit roepen wordt gevoed door het vertrouwen: er is schoonheid, er is vergeving, er is ontferming en God wil die geven.  Het beeld van de orante: degene die de verwachting van de mens bundelt en verzamelt, staat in de iconostase op de overgang van het Oude Testament naar het Nieuwe Verbond.

“Verheug u…”  Met de Menswording van Jezus Christus is de “vol-heid” van de tijd gekomen.

De afkeer van de materie in het christendom, als was de materie niet in staat iets van God uit drukken, was bron van een eeuwenlange strijd.

De Mens - wording in de Zoon, de Menswording van het Woord, is de sleutel om God te “zien” in de materiële werkelijkheid.  De materie is goed en speelt een fundamentele rol in de Openbaring: in het hout van het kruis, de steen van het graf, de inkt van het Evangelie, brood en wijn als Lichaam van Christus… is dat alles geen materie?

 

    
Aartsengel Michaël
                                           Voetwassing
 

 

Het fundamentele argument voor de iconografie is: God is werkelijk Mens geworden in een concrete, unieke persoon, historisch gesitueerd in ruimte en tijd, met eigen karakter, concrete fysionomie, kleur van ogen…: Jezus van Nazareth:  “Wie Mij ziet, ziet de Vader”,  “Woord van God EN beeld van God!” Wij zijn gered door Iemand. De iconografie schildert wat reëel is, wat authentiek is. Ook bij heiligen primeert de historiciteit: elk is zeer persoonlijk met eigen typische kenmerken. 

Het diepste geheim van de mens, het diepste geheim van alle materie…, is God.
 

 


De icoon als plaats van gebed

De icoon is een “venster” waardoor het Mysterie dat ze uitbeeldt, hier en nu tegenwoordig komt  Het brengt aanwezig door middel van de gelijkenis met de Zoon … met de mens. God aanvaardt mijn hunker naar Hem.  Daarom werd Hij Mens, en daarom juist is hij vindbaar aanwezig in de icoon.

Het licht in de icoon is van groot belang.  Alles is doorstraald van het licht van de Verrijzenis.  Het licht komt niet van buitenaf: alles, allen dragen licht in zich, ze zijn lichtend van binnenuit.  Doordat God, mens is geworden, is de menselijke natuur opengebroken voor goddelijk leven.  Op een unieke, eigen wijze, in ons eigenste menszijn, wordt elke mens geroepen open te staan om het goddelijk licht te ontvangen, te dragen en te baren naar de wereld toe: de transfiguratie van ons mens - zijn.

De icoon is een brug van komen en gaan, een plaats van ontmoeting:

-   in de beweging van God naar ons toe, geeft God ons in de icoon, in het beeld, de mogelijkheid naar Hem toe te gaan.

-   De icoon plaatst ons in de dynamiek van een God die naar ons zoekt, én ons eigen zoeken naar relatie, naar zien van aangezicht tot aangezicht, naar kennen en gekend worden … door Hem.

De icoon is een weg naar éénwording in ons binnenste, in ons eigen hart.  Ze is evenzeer een teken van de eenheid die God in de kosmos wil bewerken en waarvan de mens de bedienaar zou moeten zijn.

Ze brengt ons ook terug in contact met de ongedeelde Kerk van Oost en West voor de scheiding, waar de iconografische taal nog heel de christelijke wereld doortrok.

Als karmelietes iconen schrijven?..

Iconen schrijven vraagt veel aandacht, concentratie…, het dwingt tot inkeer, één – worden, zijn gedachten verzamelen…, zich openstellen voor Gods Geest…, zeggen we maar “bidden”?

In de Karmel is het een genadevolle leerschool om er toe te komen God te zien in alles, doorheen de concrete realiteit van onszelf, van ons zijn en ons doen, van hout, eigeel en pigmenten bereiden…  een doordringen tot in de wortels van de Mens – wording.  Alle figuren zijn er écht en heel persoonlijk…  Iconografie doordringt de iconograaf van de werkelijkheid van de onzichtbare wereld, van een God van levenden, niet van doden…
 

 

Het iconenwerk is genezend en openbarend voor de iconograaf zelf.  In de liturgie wordt de hele schepping vanaf haar oorsprong, genezen, bevrijd door de mens die zich naar God keert en haar zo meetrekt naar God. De liturgie is de verenigde, herstelde wereld, door Christus verzameld en zichtbaar gemaakt doorheen de materie: er is iets voor het oor: de lezing, de zang;  voor het oog: licht, kaarsen, bekleding, iconen; voor de geur: wierook; smaak: brood en wijn nuttigen; tast: elkaar begroeten, de icoon kussen…Dit hele gebeuren waar de mens binnentreedt is een lofzang op God: alles is harmonie.  De grond van dit alles is de liefde: ze gebruikt niets voor zichzelf, ze gebruikt niets tegen de ander. ‘Zoals het Woord het hart raakt, kan de icoon raken door haar schoonheid’.  Het is een bidden met kleuren: de ene kleur valoriseert en dient de ander…: de kleur mag niet de aandacht op zichzelf trekken.   

 


Neerlegging in het graf
 

  Het is een zoeken en streven naar eenvoud van de compositie: terugkerende plooien…, naar zachtheid, harmonie, discretie.  Het is een school van gehoorzaamheid aan het schema en de regels.  Daarbinnen ontwikkelt elke iconograaf een persoonlijke eigen stijl en manier van werken, voortdurend evoluerend en zoekend de Geest te volgen en te beantwoorden: opdat de icoon steeds meer transparant worde voor Gods licht in dienst van de liturgie…   Moet ons eigen leven niet diezelfde weg bewandelen?...  Zijn wij niet evenzeer geroepen icoon te worden van Gods liefde?