![]() |
|
De icoon: openbaring van het Mysterie van de
Menswording
|
|
|
“Icoon” = “beeld”. Het eerste beeld dat vanaf de eerste christelijke kunst
opduikt, is de orante figuur: de
armen omhoog geheven naar de hemel…
De
mens ervaart in zijn bestaan fundamenteel twee polen:
“Verheug
u…” Met de Menswording van Jezus
Christus is de “vol-heid” van
de tijd gekomen.
De
afkeer van de materie in het christendom, als was de materie niet in staat iets
van God uit drukken, was bron van een eeuwenlange strijd.
De
Mens - wording in de Zoon, de Menswording
van het Woord, is de sleutel om God te “zien” in de materiële
werkelijkheid. De materie
is goed en speelt een fundamentele
rol in de Openbaring: in het hout van het kruis, de steen van het graf, de
inkt van het Evangelie, brood en wijn als Lichaam van Christus… is dat alles
geen materie? |
|
|
|
|
Het
fundamentele argument voor de iconografie is: God is werkelijk Mens geworden in
een concrete, unieke persoon, historisch gesitueerd in ruimte en tijd, met eigen
karakter, concrete fysionomie, kleur van ogen…: Jezus van Nazareth:
“Wie Mij ziet, ziet de Vader”, “Woord
van God EN beeld van God!” Wij
zijn gered door Iemand. De iconografie
schildert wat reëel is, wat authentiek is. Ook bij heiligen primeert de historiciteit: elk is zeer persoonlijk met
eigen typische kenmerken.
|
|
De icoon is een “venster”
waardoor het Mysterie dat ze uitbeeldt, hier en nu tegenwoordig komt… Het
brengt aanwezig door middel van de
gelijkenis met de Zoon … met de mens. God aanvaardt mijn hunker naar Hem. Daarom werd Hij Mens, en daarom juist is hij vindbaar
aanwezig in de icoon.
Het licht in de icoon is
van groot belang. Alles is
doorstraald van het licht van de Verrijzenis.
Het licht komt niet van buitenaf: alles, allen dragen licht in zich, ze
zijn lichtend van binnenuit.
Doordat God, mens is geworden, is de menselijke natuur opengebroken voor
goddelijk leven. Op een unieke, eigen
wijze, in ons eigenste menszijn, wordt elke mens geroepen open te staan om het
goddelijk licht te ontvangen, te dragen en te baren naar de wereld toe: de
transfiguratie van ons mens - zijn.
De icoon is een brug van komen en gaan, een plaats van ontmoeting:
- in de beweging van God naar
ons toe, geeft God ons in de icoon, in het beeld, de mogelijkheid naar Hem
toe te gaan.
- De icoon plaatst ons in de dynamiek van een God die naar ons zoekt,
én ons eigen zoeken naar relatie, naar zien van aangezicht tot aangezicht, naar
kennen en gekend worden … door Hem. De icoon is een weg naar éénwording in ons binnenste, in ons eigen hart. Ze is evenzeer een teken van de eenheid die God in de kosmos wil bewerken en waarvan de mens de bedienaar zou moeten zijn.
Ze
brengt ons ook terug in contact met de ongedeelde Kerk van Oost en West
voor de scheiding, waar de iconografische taal nog heel de christelijke wereld
doortrok.
Als karmelietes iconen schrijven?..
Iconen schrijven vraagt veel aandacht, concentratie…, het dwingt
tot inkeer, één – worden, zijn
gedachten verzamelen…, zich openstellen voor Gods Geest…, zeggen we maar
“bidden”?
In de Karmel is het een genadevolle leerschool om er toe te komen God
te zien in alles, doorheen de concrete realiteit van onszelf, van ons zijn
en ons doen, van hout, eigeel en pigmenten bereiden…
een doordringen tot in de wortels van de Mens – wording.
Alle figuren zijn er écht en heel persoonlijk…
Iconografie doordringt de iconograaf van de werkelijkheid van de onzichtbare wereld, van een God van levenden, niet
van doden… |
|
Het iconenwerk is genezend en openbarend voor de iconograaf zelf. In de liturgie wordt de hele schepping vanaf haar oorsprong, genezen, bevrijd door de mens die zich naar God keert en haar zo meetrekt naar God. De liturgie is de verenigde, herstelde wereld, door Christus verzameld en zichtbaar gemaakt doorheen de materie: er is iets voor het oor: de lezing, de zang; voor het oog: licht, kaarsen, bekleding, iconen; voor de geur: wierook; smaak: brood en wijn nuttigen; tast: elkaar begroeten, de icoon kussen…Dit hele gebeuren waar de mens binnentreedt is een lofzang op God: alles is harmonie. De grond van dit alles is de liefde: ze gebruikt niets voor zichzelf, ze gebruikt niets tegen de ander. ‘Zoals het Woord het hart raakt, kan de icoon raken door haar schoonheid’. Het is een bidden met kleuren: de ene kleur valoriseert en dient de ander…: de kleur mag niet de aandacht op zichzelf trekken. |
|
|
|
|
Het is een zoeken en streven naar eenvoud van de compositie: terugkerende
plooien…, naar zachtheid, harmonie, discretie.
Het is een school van gehoorzaamheid aan het schema en de regels.
Daarbinnen ontwikkelt elke iconograaf een persoonlijke eigen stijl en
manier van werken, voortdurend evoluerend en zoekend de Geest te volgen en te
beantwoorden: opdat de icoon steeds meer transparant
worde voor Gods licht in dienst van de liturgie… Moet ons eigen
leven niet diezelfde weg bewandelen?...
Zijn wij niet evenzeer geroepen
icoon te worden van Gods liefde? |