![]() |
|
Leven en geest |
|
|
- De
Profeet Elia, in het Boek der
Koningen, is het beeld van onze roeping.
“Gij zult dag en nacht de
Wet des Heren
|
|
|
|
|
Het voortdurend gebed is een gesteldheid, een “bestendig verlangen”, een liefdesrelatie. Het is een gave van God. De Heilige Geest bidt zonder ophouden in het diepst van onszelf. Daar wacht Hij… tot de steen van ons hart opensplijt en Hij zich uitstorten kan als Levend Water. Het ligt aan ons om deze gave met aandrang af te smeken. Christus Jezus, de Meester en de Weg, de ware Vriend, leidt ons binnen in zijn eigen gebed tot de Vader. Zo wordt zijn gebed van aanbidding, zuivere lofprijzing én bemiddeling: “Dat niet één van deze kleinen verloren zou gaan”, het onze. In dit uniek gebed is ons gebed ten diepste met de wereld en met àl onze broeders verbonden en bidden wij voor hen en met hen. Op de wegen van het gebed zijn wij genoodzaakt Hem te volgen tot waar de Wil van de Vader hemzelf gebracht heeft. |
|
|
Doorheen haar geloofsbeproeving komt Teresia van Lisieux gezeten “aan de tafel der zondaars”. Op deze wijze beleeft zij de solidariteit, de wáre communio met alle mensen. Zoals zij, delen wij, samen met allen dezelfde hoop in duistere momenten en hetzelfde brood van vreugde… Doorheen het zich ‘laten beminnen’ onder de gebedsuren, maar ook doorheen de worsteling van het niet-weten en niet-smaken, komen we tot God die alle weten en alle smaak overstijgt, bloeien we open tot een ontvankelijk mens, een mens die leert bewonderen en dankzeggen, aanbidden en voorspreken.
We
blijven die ‘mens in wording’ voor de duur van heel ons leven. |
|
De lectio divina, of ‘Heilige Schrift’ volgens de oorspronkelijke christelijke literatuur is niet alleen een onderricht voor de kloosterling, maar vormt hem om door een contact van alle dagen. Het gaat erom zich te richten op ‘het luisteren naar God’, het zich laten doordringen, bevragen, omvormen door het Woord van God dat tot ons komt via de vele niet vast te scheiden activiteiten: de rustige smaakvolle lezing van de Schrift, de studie van de Schrift…, ons werk én de ontmoetingen met onze broeders .De lectio divina is terzelfdertijd openbaring van God én van onszelf. Zo leren wij ons leven bekijken met de ogen van het geloof, de stem van de Heer ontdekken en gehoor geven aan zijn oproep, want de Schrift is dat “Woord van God dat werkzaam blijft in hen die geloven”. Stilte, eenzaamheid, ‘woestijnervaring’: deze woorden staan als het ware gegrift in het hart van de karmelbewoner. Wie innerlijk een stilte wil bewaren die ruimte schept voor de Geest, moet de wacht optrekken bij zijn hart, en aandachtig waken over alles wat hij er binnenlaat, en onderscheiden alles wat eruit opwelt. Pas zo groeien we tot echt “vrije” mensen: “vrij van, vrij voor…”
Als
wij spreken over woestijn, stilte of eenzaamheid, gaat het vooral om de
innerlijke dimensies van ons leven. De eigenlijke stilte vinden wij in het diepste van ons hart waar
wij het “verbond in liefde” beleven. God
is God. Hij is de Enige en het Al,
mateloze tederheid en oneindige barmhartigheid. Laten wij dan ons hart bewonen en alles zal gebed en
aanbidding worden. |
|
|
|